BLOG

01/02

Als er abrikozen zullen zijn

Gisterochtend kwam Shifa, een 36-jarige vrouw uit Beit Hanoun, trillend en buiten adem mijn consultatielokaaltje binnen. Ze begint een lang verhaal en ik doe mijn uiterste best om er wat van te volgen. Terwijl ze huilend een beduimeld stapeltje papieren opdiept uit haar handtas, kijkt verpleegster Aya mij vragend aan.

Gisterochtend kwam Shifa, een 36-jarige vrouw uit Beit Hanoun, trillend en buiten adem mijn consultatielokaaltje binnen. Ze begint een lang verhaal en ik doe mijn uiterste best om er wat van te volgen. Terwijl ze huilend een beduimeld stapeltje papieren opdiept uit haar handtas, kijkt verpleegster Aya mij vragend aan. Shifa heeft na een lange tocht langs allerlei dokters begrepen dat ze een tumor heeft. De ene zegt dat ze een operatie nodig heeft, volgens de andere zal de tumor altijd terug komen. Allemaal zeggen ze dat het niets gevaarlijks is, maar daar gelooft Shifa niks van. Dokters houden altijd informatie achter. Haar buurvrouw was ook kerngezond volgens de dokters en toch is ze plots van kanker gestorven. Nu heeft ze geen andere keus dan naar Egypte gaan om een goede dokter te vinden die haar een reddende behandeling kan geven. Ze zoekt iemand die haar reis kan betalen, want sinds haar echtgenoot met een tweede vrouw getrouwd is, is er geen geld meer in huis. Ze heeft een zoontje van zes jaar met epilepsie dat onmogelijk alleen thuis kan blijven. Ze zal hem moeten meenemen naar Egypte. Ik graaf me een weg door het stapeltje dat haar medisch dossier moet voorstellen. Het geruststellende nieuws is dat er nergens sprake is van kanker, er werd enkel een goedaardige cyste gezien. Ik vind ook niks verdachts als ik haar onderzoek en haar klachten lijken me grotendeels door haar enorme kopzorgen veroorzaakt. Terwijl ik haar uitleg wat ik weet, klaren haar ogen plots op. Ik regel haar een gratis afspraak bij onze gynaecoloog voor een grondig onderzoek en vraag haar om volgende week het resultaat te komen tonen. Ze lijkt een ander mens aan het einde van deze consultatie. Haar opluchting is compleet: Egypte kan nog even wachten.

 

 Ik heb al een hele hoop Shifa's gezien doorheen de weken in Beit Hanoun. Ik leid eruit af dat een deel van de dokters hier niet genoeg ervaring heeft in goede communicatie met hun patiënten. Er heersen enorm veel misverstanden die onnodige bezorgdheid wekken. Het is een vicieuze cirkel. Doordat mensen dokters beginnen wantrouwen, lopen ze van de ene naar de andere en belanden ze in een kluwen van gebrekkige, tegenstrijdige informatie. Reken daarbij het bedrukkende gevoel dat je niet zomaar uit Gaza weg kan, de wetenschap dat sommige gespecialiseerde behandelingen gewoon niet voorhanden zijn en de kosten die ziekte met zich meebrengt. Je zou voor minder in paniek geraken. Mijn buurman Mohammed, een jonge chirurg uit het Al-Shifa ziekenhuis, bevestigt mijn observaties. Volgens hem is er ook een culturele dimensie die informatie geven aan patiënten hier moeilijk maakt. Je behandelt nooit je patiënt alleen, de ganse familie is betrokken. Elk familielid wil van de dokter weten hoe het met hun zieke gesteld is. Er wordt traditioneel uitgebreid gediscussieerd over familieaangelegenheden en hierbij raakt de medische informatie onvermijdelijk verdraaid. In het ziekenhuis, en zeker op spoedgevallen, is het simpelweg onmogelijk om met de ganse familie te gaan vergaderen tot alle misverstanden opgehelderd zijn. Mohammed vindt het vooral belangrijk om duidelijke verslagen te maken en een goed medisch dossier bij te houden, zodat de volgende dokter tenminste weet wat er gaande is. Niet alle dokters nemen hiervoor de tijd. Hij is verwonderd als ik hem vertel dat in België ook zo is.

 

 Zoals onze “Renfort” in Molenbeek wordt ook “Al-Qods” gerund door vrouwen. Mohammed Abusamra is de directeur, maar alle andere vaste personeelsleden: verpleegsters, receptionistes, apothekeressen, laboranten en onderhoudspersoneel, zijn vrouwen. Het cultureel centrum bestaat dankzij een overwegend vrouwelijk team. Ik heb ze graag, de dames van “Al-Qods”. Hun Arabisch gekwetter is soms wat vermoeiend, maar ze zijn allemaal even attent en geven mij elke morgen het gevoel dat ik welkom ben in hun rijk.

 Ze nodigen mij om beurten uit voor de lunch bij hen thuis, een gelegenheid om van de Palestijnse keuken te genieten. Er is hier een rijkdom aan heerlijke ingrediënten: tomaten, olijven, groene pepers, de beste citrusvruchten, aardbeien, granaatappels, enzovoort. De prijzen van fruit en groenten variëren nogal. Israël dumpt regelmatig zijn overschot uit de landbouw op de markt in Gaza, waardoor de lokale boeren hun oogst niet meer verkocht krijgen. Op andere momenten zijn bepaalde groenten, zoals tomaten, plots schaars en duur. Gelukkig zijn de moeders heel creatief op de markt en in de keuken. Ik heb op al die lunches nog geen twee keer hetzelfde voorgeschoteld gekregen. Bij Dawlad, één van de verpleegsters, helpen de zonen ook bij het koken, maar dat is eerder uitzonderlijk. Als wij na het werk door een prachtig groen veldje citroenbomen komen aangewandeld kunnen we de gestoofde kip al ruiken. De kinderen schikken alle lekkers op een grote mat en we schuiven aan. Even wachten tot vader de eerste hap genomen heeft en dan tast iedereen toe. De traditie zegt dat je moet praten tijdens het eten. De maaltijd is een belangrijk gedeeld moment in de familie. Ik vind het een heel gezellige manier van eten: samen op de grond met je brood uit de verschillende schalen een hapje nemen. Elke familie heeft zijn eigen favoriete gerecht dat niemand kan bereiden zoals mama. Ik denk dat geen kookboek deze diversiteit zou kunnen vatten. Tientallen verschillende soorten rijst met telkens andere kruiden, aardappelen gevuld met gehakt met kaneelsaus, heerlijke broodjes met spinazie of ander groen loof, garnalen met tomaten en sesam in een aarden ovenschotel zijn slechts een greep uit de lekkernijen die ik hier genereus aangeboden krijg. Alle gerechten hebben prachtige namen. Eten is zoals op veel plaatsen een niet te onderschatten onderdeel van de cultuur en een dagelijks gespreksonderwerp.

 

 Op de vraag wanneer ik eens mag koken als wederdienst, krijg ik als antwoord “binmishmish”, letterlijk wanneer er abrikozen zijn. Abrikozen zijn er maar één week per jaar, in mei. Mijn kookkunsten verdienen duidelijk nog niet veel vertrouwen..

4627 keer gelezen