BLOG

01/01

Een nieuw jaar!

Gelukkig nieuwjaar iedereen! Moge 2013 een productief jaar worden, waarin we kunnen genieten van de dingen die echt belangrijk zijn en oog hebben voor alledaagse schoonheid. Voor de Palestijnen wens ik dit jaar eenheid, internationale solidariteit en zoveel mogelijk vooruitgang richting vrede en vrijheid.

Gelukkig nieuwjaar iedereen! Moge 2013 een productief jaar worden, waarin we kunnen genieten van de dingen die echt belangrijk zijn en oog hebben voor alledaagse schoonheid. Voor de Palestijnen wens ik dit jaar eenheid, internationale solidariteit en zoveel mogelijk vooruitgang richting vrede en vrijheid.

Ik zit hier voor het eerst sinds jaren met fris hoofd aan het nieuwjaarsontbijt. Gisteravond vierde ik oudjaar thuis bij Rana, onze apothekeres, met een paar van haar vrienden. Het was een heerlijke avond. Als Palestijnse vrienden op hun gemak zijn zetten ze al eens graag een resem strijdliederen in en dat is een waar plezier om naar te luisteren. Ik krijg simultane vertaling van de teksten van Mohammed. Na een tijdje vraagt natuurlijk één van de pientere dochters of ik ook een meezingbaar liedje wil zingen. De ingeving van het moment is “My bonnie is over the ocean” en iedereen probeert me te volgen bij het opstaan en zitten. De kinderen gieren het uit met hun ouders die kluts helemaal kwijtraken.

 

 Met kerst werd ik wel wat geplaagd door de nostalgie van mensen die ver van hun familie vieren, maar dat was snel vergeten toen de 25ste 's avonds vijf animatoren van Al-Asria met versiering, cake en zelfs een cadeautje op mijn drempel stonden. Het was charmerend hoe mijn moslimvrienden zich zorgen maakten dat ik Kerstmis alleen zou vieren en dus met veel plezier naar mijn appartement afzakten. Er werden zelfs danspassen gewaagd in mijn salon. Minas, de enige vrouw van het gezelschap, moet als de mannen vertrokken zijn wachten op haar broer om haar te komen ophalen. Samen een taxi nemen is geen optie, want de kans bestaat dat ze tegengehouden worden door de politie. Als man 's avonds op stap zijn met een vrouw waarvan je niet kan aantonen dat ze je zus of je echtgenote is, zorgt voor problemen.

 

 Het gebrek aan persoonlijke vrijheid in de gesloten, over-gecontroleerde maatschappij wordt voor veel jonge mensen die gestudeerd hebben zo verstikkend dat ze Gaza op alle mogelijke manieren proberen te verlaten. Donderdag was ik in Al-Asria op de eerste vertoning van een documentaire over de reis van de Dabka-dansgroep naar Sheffield in 2005. De film “ And still they dance” werd gemaakt door het Engelse “Palestinian Solidarity Campaign” in samenwerking met UHWC. De ervaringen van de 17-jarige jongeren op hun eerste buitenlandse reis worden afgewisseld met getuigenissen van voor en na de oorlog in 2008-2009. Ondanks de beperkte middelen waarmee hij gemaakt is, is het een heel ontroerende film. Dabka, de grote trots onder het Palestijns cultureel erfgoed, is ongelooflijk mooi. De combinatie van bruisende kracht en elegantie waarmee de jongens en meisjes over het podium springen fascineert iedereen. Jammer genoeg strooit het huidig gezag ook hier roet in het eten. Dansen met jongens en meisjes samen wordt niet geaccepteerd en de groep van Al-Asria mag dus niet in openbare zalen optreden. Dit is de andere reden waarom UHWC zo gehaast was om de grote tent op het dak op te trekken.

 

 Gisteren dansten de jongeren voor een Italiaanse delegatie in de zaal van een Palestijnse culturele associatie, toen er plots een brandende fakkel door het raam vloog. Die landde in het hoopje plastiek en zorgde voor hoge vlammen. Gelukkig reageerden enkele mannen snel en was het vuur zo geblust. Ze renden nog naar buiten, maar de religieuze extremist was al gevlogen. Ik heb moeite om mijn immense verontwaardiging weg te steken. Ik begrijp wel waarom open geesten weg willen van deze dorre grond, maar anderzijds heeft Gaza net die mensen nodig bij zijn vrijheidsstrijd. Minas vertelt dat van de acht hartsvrienden die in 2005 in Engeland dansten er nog maar twee in Gaza verblijven: zijzelf en één van de jongens. Het nieuws van degenen die emigreerden is voorlopig niet echt rooskleurig. De meesten zitten na maanden nog geblokkeerd in asielcentra in Spanje of Zweden, ver van hun familie en vrienden.

 

 Vorige week ontmoette ik de nonkel van Jehan, Dr. Oussama, diensthoofd neurochirurgie van het openbare Shifa-ziekenhuis. Al-Shifa is het grootste ziekenhuis in Gaza, waar de meeste spoedgevallen verzorgd worden. Eén maand geleden was dit ziekenhuis het kloppend hart van de acute zorg voor de oorlogsslachtoffers. Geen gemakkelijke weken, zo vertelt Dr. Oussama. Omdat het zo moeilijk was om zich veilig te verplaatsen in de stad tijdens de bombardementen, zelfs per ambulance, werd het ganse personeel in slechts twee teams ingedeeld, die elkaar per 24 uur afwisselden. De eerste 2 dagen ging Oussama nog naar huis, maar de rest van de zwarte week sliep hij in het ziekenhuis uit veiligheidsoverwegingen. De hersentrauma's waren talrijk en het medisch materiaal schaars. Zoals altijd kregen ze tijdens en na de oorlog allerlei donaties van buitenlandse regeringen en ngo's. “Vijf keer hetzelfde, maar niet genoeg van de dingen die we echt te kort hadden”, lacht de neurochirurg. Als hij na een operatie antibiotica wil voorschrijven, moet hij eerst naar de apotheek bellen om te vragen “Wat hebben we vandaag in stock?”. De gebruikelijke elektriciteitsonderbrekingen verstoren de monitors op intensieve zorgen en brandstof voor de generatoren is veel te duur. Tijdens de oorlog moesten de bedden op intensieve zorgen zo snel mogelijk leeggemaakt worden om nieuwe patiënten op te vangen. Gewonden in min of meer stabiele toestand werden elke dag naar een ziekenhuis in Arish, net over de grens met Egypte afgevoerd. Opmerkelijk genoeg verliest hij er zijn goed humeur niet bij. “Je mag de kwaliteit van je werk niet laten afhangen van materiële zaken. Je moet je als dokter altijd tot het uiterste inspannen om goed te doen voor je patiënt. Het 'tekortkomen' wordt tegenwoordig in Gaza een cultuur en zelfs een excuus voor half werk van medisch personeel. Dat mogen we niet laten gebeuren.”

 

 Ik ben het uiteraard volkomen eens met deze ervaren chirurg, maar het is moeilijk voor te stellen hoe zwaar het moet zijn om in die omstandigheden een ziekenhuisdienst overladen met gewonde medemensen te runnen. En er is helaas niet onmiddellijk hoop op veel verbetering. Wie een idee wil krijgen van de ontelbare obstakels voor de gezondheidszorg in Gaza, moet dit artikel van Inge Neefs lezen: http://www.dewereldmorgen.be/artikels/2012/04/26/gaza-s-gegijzelde-volksgezondheid. Dezelfde conclusies komen naar boven in mijn vele gesprekken met de dokters hier. Ik maak ter plekke mijn hoofdvoornemen voor 2013: elke dag de beste dokter in mezelf naar boven halen.

4904 keer gelezen