BLOG

11/12

Health through Peace (Deel 2)

Na de stevige openingslezing was het tijd voor verschillende teach-ins: panels van specialisten die iets bijbrengen over verschillende thema's. 3 sessies met 5 opties betekende een totaal van 15 programma's om te volgen, gaande van nucleaire wapens over conflict & gender tot de impact van oorlog op gezondheidszorg. Ik koos een gevarieerd parcours.

40% of worldwide corruption is directly cause by arms trade. Do you really think the arms trade in your country is free from corruption?

Public Health in Conflict Zones

Eerst volgde ik de conferentie over publieke gezondheidszorg in conflictgebieden. Toegang tot gezondheidszorg is een belangrijke sociale determinant van gezondheid, maar in oorlog is dit allesbehalve vanzelfsprekend. Toch werd er gestart met een provocerende stelling: Soms is oorlog beter voor de gezondheidszorg dan vrede. De logica? In conflictsituaties wordt gezondheidszorg verzorgd door humanitaire NGO's, en na de oorlog trekken die weer weg. Natuurlijk werd hiermee oorlog niet verdedigd, maar slecht een paradox aangetoond.

Concreet begon men, enigszins verwarrend, met een voorbeeld van dierengeneeskunde. In Zuid-Soedan zijn veekuddes een belangrijke bron van inkomsten, en tijdens de afscheuringsoorlog met Soedan en de daaropvolgende burgeroorlog was er speciale aandacht van NGO's voor de situatie van de kuddes. Nu er vrede is, valt dit echter weg, terwijl onder invloed van klimaatsverandering de kuddes andere gebieden opzoeken wat voor conflicten tussen veehoeders en landbouwers zorgt. De overheid staat na het verdwijnen van de NGO's heel zwak: er is geen (dieren)gezondheidszorg, geen regels voor deze conflicten, geen controle op bewapening van landbouwers & veehoeders, en de belangen van de politieke elite in de veekuddes versterkt dit enkel. Maar net deze houding leidt tot infectieziektes, epidemies en conflicten binnen de bevolking.

Hierna kwam er een casestudy uit Oeganda aan bod. Het noorden van het land heeft lang geleden onder gewapende conflicten, waardoor de toegang tot gezondheidszorg zwaar verhinderd wordt, vooral doordat het gezondheidswerkers heel erg moeilijk gemaakt wordt. Te veel werk door de conflictsituatie, geen loon, geen toegang tot medisch materiaal, bemoeilijkt transport door landmijnen, ontvoeringen en hinderlagen, de dreiging van kidnapping of geweld, etc. De conclusie is simpel: de gezondheidswerkers moeten beschermd worden, opdat zij hun patiënten kunnen beschermen.

Tot slot sprak Dr. Haja Wurie-Kamara van het ReBuild Consortium over de opbouw van een nieuw gezondheidssysteem in Sierra Leone, na de burgeroorlog van de jaren '90. Ze sprak over de uitdagingen in de transitie van een NGO-ondersteunde gezondheidszorg naar een autonome, nationale gezondheidszorg. Tijdens het conflict van de jaren '90 hadden hulp- en humanitaire organisaties zowat alle taken in de gezondheidszorg op zich genomen, en de heropbouw was een uitdaging van ongekende proporties. Op een bevolking van ruim 6 miljoen inwoners zijn er slechts 800 dokters, en sinds de ebolacrisis van 2014 werd dit nog nijpender. De oplossing zoals voorgesteld door het ReBuild Consortium? Zwaar investeren in de eigen opleiding van gezondheidswerkers, zorgen voor hun omkadering en motivatie en gebruik maken van de specifieke expertise van buitenlandse NGO's om zelf bij te leren.

Climate Change and Conflict

Na een korte middagpauze was het tijd voor een volgende sessie. Met de klimaattop in Parijs in gedacht, leek die over de banden tussen klimaatsverandering en conflicten mij bijzonder interessant. De band ertussen wordt ondertussen ook expliciet erkend door vele militaire specialisten, die aan de hand hiervan ook overheden en (wapen)bedrijven adviseren.

Via Skype bracht Devin Bowles (Austalian National University) het publiek wat meer bij over wat voor conflicten veroorzaakt worden door klimaatsverandering. Een eerste categorie omvat conflicten over grondgebied. Indien een eiland wordt overspoeld door de stijgende zeespiegel, heeft dit een directe impact op de Exclusieve Economische Zone waarin een land op zee mag vissen en boren naar gas en olie. Conflicten over EEZ's zijn nu reeds gevoelige materie (denk maar aan de Zuid-Chineese Zee, waar eilanden opgebaggerd worden om meer zeegebied te claimen) en worden hierdoor enkel gevoeliger. Daarnaast heeft ook een smeltende Arctische ijskap een groot potentieel voor conflicten: onder andere Rusland, Canada, de Verenigde Staten en Noorwegen willen aanspraak maken op de rijke olie- en gasreserves die onder het ijs verscholen zitten. Ten tweede zijn er conflicten over grondstoffen die door klimaatsverandering schaarser worden. De veranderende monsoenregens in Zuid-Oost Azië zorgen bijvoorbeeld al voor extra spanning tussen India en Pakistan, bijvoorbeeld door het omleiden of droogleggen van rivieren. Tot slot is er een derde soort conflict veroorzaakt door klimaatsverandering: interne conflicten. Vaak gaat het hier om spanningen in reeds verzwakte staten die vergroot worden door oogsten die mislukken door opeenvolgende droogtes of verwoestende regens. Dit leidt tot voedseltekorten en migratie tussen platteland en stad. Deze destabiliserende effecten leiden dan weer tot verhoogde voedselprijzen, werkloosheid en toenemende spanningen in de maatschappij, vaak volgens religieuze of etnische breuklijnen.

Frances MacGuire (Medact) overliep dan weer de impact die conflicten, al dan niet gebonden aan klimaatsverandering, had op de gezondheid. Ten eerste zijn er uiteraard de directe gevolgen: mensen die gedood worden, of gewond of getraumatiseerd raken door de oorlog. Daarnaast zijn er de indirecte gevolgen: een vernietigde infrastructuur van het land, waardoor ziekenhuizen, scholen, riolering, wegennet en zoveel andere elementen onbruikbaar worden voor de bevolking. Ook vluchtelingen hebben een verhoogd risico op gezondheidsproblemen: niet enkel is de tocht gevaarlijk, ook is er een groot risico op epidemieën in de kampen. Door de kapotte infrastructuur en de vluchtelingen, is er ook een verminderde productie van de landbouw en industrie, waardoor velen zonder inkomsten raken. En ook de vele gezondheidswerkers die omkomen, vluchten of hun beroep niet kunnen uitoefenen staan een goede gezondheid in de weg tijdens conflicten. Tot slot is er de belangrijkste (en grootste) impact op gezondheid in conflictsituaties: het besteden van overheidsgeld aan oorlog, en niet aan de sociale determinanten van gezondheid. Terwijl er net nood is aan middelen om de noden van de bevolking te beantwoorden, worden de uitgaven aan leger, wapentuig e.d. prioritair voor een staat in conflict. De (her)opbouw na het conflict duurt hierdoor ook enorm lang, en zo blijft de gezondheid van de getroffen bevolking tot lang na het conflict achterop hinken. Het is een fenomeen dat ook in Europa voelbaar is: de zware kost van oorlogsschepen en, jawel, gevechtsvliegtuigen, werden aangehaald als voorbeeld van geld dat beter aan gezondheidszorg of onderwijs besteed kan worden.

Tot slot kwam Janani Vivekananda (Climate Change & Security, International Alert) aan bod. Zij ging dieper in op de impact van klimaatsverandering op staten. Ze noemt klimaatsverandering een 'compound risk': iets wat rechtstreeks geen aanleiding geeft tot oorlog, maar wel het risico vermenigvuldigt dat eerder bestaande conflicten zullen uitbarsten. Het is het spreekwoordelijke deksel op de ketel. Een sterke staat kan gepaste maatregelen nemen om de gevolgen van klimaatsverandering te vermijden, te verzachten of te compenseren. Een zwakke staat zal daarentegen enkel verder verzwakken, volgens de eerder omschreven cyclus van mislukte oogsten, migratie, hongersnood en werkloosheid, die bij herhaling de staat steeds verder destabiliseert. Uiteindelijk leidt dit vaak tot geweldadige conflicten. Een voorbeeld hiervan waren de Arabische revoluties in 2011: van Tunesië tot Syrië mislukten er meerdere oogsten na elkaar, waardoor de bevolking zich steeds meer liet horen en de protesten uiteindelijk met staatsgeweld beantwoord werden.

Controlling the International Arms Trade

In de late namiddag was er nog tijd voor een sessie over internationale wapenhandel. Er werd begonnen met een quiz: even de kennis testen! Eerst werd er bevraagd welke landen het meeste wapens uitvoerden. Het verbaasde niemand: de grootste exporteur is de VS, gevolgd door Rusland en China. Frankrijk en Duitsland sluiten de top-5 af. Nadien was er een korte vraagronde over “wat is een wapen”, volgens de geldende internationale verdragen tegen wapenhandel. Een AK47? Duidelijk wel. Een jachtvliegtuig? Uiteraard. Een drone? Niet eenduidig: enkel indien deze uitgerust is met bewapening. Surveillancedrones vallen hier niet onder, bijvoorbeeld. Pickuptrucks van Toyota? Volstrekt onschuldig, maar het beeld van kolones Toyota's, omgebouwd en bestuurd door leden van IS, bezorgen velen een ongemakkelijk gevoel. De technologie om wapens te bouwen? In theorie verboden deze te verhandelen, in de praktijk nogal vaak verkocht in schimmige deals. Zo blijkt dat het zwart/witte van wetteksten in de realiteit vaak een soort grijs wordt, waarbij via tussenpersonen en corruptie vaak toch meer bereikt kan worden dan op papier vaststaat.

Martin Butcher (Arms and Conflict Policy Advisor, Oxfam International) en Paul Holtom (Coventry University, ex-SIPRI) zijn formeel in hun uitleg over de wapenhandel: de internationale regelgeving is uitstekend, maar in de praktijk zijn de mazen in het net te groot om de handel aan banden te leggen. De handel in onderdelen of plannen van wapenmateriaal is momenteel de grootste bedreiging van vrede in de wereld: het is zo dat vele rebellengroepen zoals IS of Boko Haram aan hun bewapening komen. Ook in conflicten zoals Yemen en Burundi ziet men de wapenhandel floreren. Nochthans is het droogleggen van een oorlog makkelijk: men ziet dat het droogleggen van munitiestromen een onmiddelijke en merkbare impact heeft op conflicten. Men sloot af met deze uitsmijter: zelfs binnen de legale wapenstromen kan men vragen stellen. Voor Groot-Brittannië is de grootste afnemen van militair materiaal Saudi-Arabië, gekend als onruststoker en z'n kwistigheid in het ondersteunen van gewapende groepen in de Arabische wereld.

De avond werd afgesloten door John Ashcroft (oud-diplomaat voor het Verenigd Koninkrijk, nu activist), die een redevoering hield tegen 'The Army of More”, dat steeds meer en meer wilt: meer industrie, meer ontginning, meer oorlog,.... Het was niet moeilijk om hier opnieuw een verwijzing in te zien naar het neoliberale gedachtegoed. Tot slot kwam Andrew Feinstein aan bod, vroeger parlementslid voor Mandela's ANC en onderhandelaar in het vredesproces dat leidde tot de eerste democratische verkiezingen in Zuid-Afrika. Na 7 jaar in het parlement nam hij ontslag omdat zijn onderzoekscommissie naar de aankoop van een groot aantal tanks, gevechtsvliegtuigen, helikopters, kruisschepen en onderzeeërs, door z'n eigen (machthebbende) partij afgeblokt werd. Na z'n ontslag legde hij zich toe op onderzoek naar de internationale wapenhandel, en corruptie die het met zich meebrengt. “40% of worldwide corruption is directly cause by arms trade. Do you really think the arms trade in your country is free from corruption?”

3790 keer gelezen