BLOG

26/07

Interview met Olivier van CODIC: leven voor de bevolking

Antoine, lid van de groep intal Brussel-Congo en actief voor een Lumumbaplein in Brussel, ging begin juli naar Congo in het kader van een solidariteitsreis. Hij ontmoette er Olivier Mbangisa, voorzitter van de Viva Salud – partner CODIC (Collectif de Développement Intégré au Congo) voor de provinciestad Kinshasa. Uit bewondering voor de levenskeuze van Olivier, besloot Antoine een interview met hem af te nemen.

Veel Congolezen begrijpen mijn keuze niet. Ze blijven me hier trouwens de Belg noemen

Hoe ben je lid geworden van CODIC?

Tot mijn 26 jaar heb ik in België gewoond. Mijn vader was de secretaris van Mobutu en hij heeft me naar België gestuurd.

In België woonde ik bij een arbeidersgezin in Charleroi. Die hebben me geleerd om te werken en een bescheiden leven te leiden. Daartegenover stonden de vakanties bij mijn vader, die ik doorbracht in paleizen en waar we werden rondgereden in een limousine.

In België ontmoette ik verenigingsleden en verkozenen van de socialistische partij, waaronder veel mensen van Congolese oorsprong. We hebben veel gepraat. Het heeft mijn progressieve overtuiging als jongere uit de arbeidersklasse verder versterkt.

Deze mix van klassen doorheen mijn leven, de arbeidersklasse in België en de elite in Congo, heeft me erg doen nadenken. Ik studeerde geneeskunde aan de ULB toen ik op mijn 26 jaar een belangrijke keuze heb gemaakt. Ik besloot terug te keren naar Congo en onder de bevolking te gaan leven. In 1990 ben ik teruggekeerd naar Kinshasa. Ik wou mij engageren en me inzetten voor de bevolking. Zo ben ik eind jaren negentig bij CODIC terechtgekomen.

 

Was het moeilijk om hier zoals de lokale bevolking te leven nadat je geproefd had van het Westerse leven?

Ja, dat was erg moeilijk. Bovendien begrijpen veel Congolezen mijn keuze niet. Ze noemen me nog steeds de Belg (lacht).

Ik besloot ook om geen dokter te worden. Via het netwerk van mijn vader had ik zeker een goede functie bekomen in een van de prestigieuze ziekenhuizen van de stad zoals CMK (Centre Médical de Kinshasa, een ziekenhuis voor de rijksten).

 

Waarom dat niet aanvaarden? Je zou een goed loon gekregen hebben en zo de beweging kunnen steunen.

Ik denk dat ik slaags zou zijn geraakt met de andere dokters (ergert zich). Weet je, hier is het: ‘je betaalt of je crepeert’. Wanneer een verkeersslachtoffer bloedend wordt binnengebracht, komt de dokter en vraagt hij ‘oza na mbongo?’ (heb je geld? in lingala). Als het slachtoffer geen geld heeft, laat de dokter hem liggen en gaat hij naar de volgende patiënt. Dit staat volledig haaks op de doktersethiek die ik geleerd heb tijdens mijn studies aan de ULB.

 

Hoe ziet je dagelijks leven eruit?

Weet je, iedereen heeft kosten, de huur en andere zaken. Ik probeer hier en daar wat werk te vinden om in mijn levensonderhoud te voorzien. De rest van mijn tijd spendeer ik aan CODIC.

Zo heb ik verschillende coöperatieven opgericht van lokale producten zoals lendendoeken, maar ook van fruitsap bijvoorbeeld. In het begin ondervonden we veel problemen met de overheid die het niet gewoon is dat er kleinschalige, lokale, informele productie plaatsvindt. Maar nu gaat het, onze productie wordt erkend. Dit mede dankzij een functionaris van OCC (Office du Commerce du Congo) die ons enorm gesteund.

 

Kan je ons uitleggen wat je doet bij CODIC?

CODIC brengt honderden Congolese verenigingen samen die erkend zijn door de Congolese staat. De verenigingen werken rond thema’s zoals sanering, gender, ecologie, gezondheid, ontwikkeling, agricultuur, enz.

Door het samenbrengen van verenigingen die rond hetzelfde thema werken bevordert CODIC samenwerking in plaats van concurrentie.

Vervolgens brengen we de noden in kaart en spelen die door naar de bevoegde autoriteit waarvan de lokale verenigingen niet altijd het bestaan weten.

Tenslotte hebben de bevoegdheden met CODIC een contact dat hen toegang geeft tot een groot aantal verenigingen op het veld.

 

Wat doe je concreet in Kinshasa?

Neem nu bijvoorbeeld de Bokassalaan. Het is een belangrijke as die het oosten van Kinshasa verbindt met het centrum. De weg is al een tijdje in zo’n slechte staat dat er geen enkele auto meer door kan. Alle auto’s moeten langs de naburige straatjes die niet voorzien zijn voor dit verkeer. Het veroorzaakt vertraging, files en veel hinder.

Samen met de organisaties hebben we de gouverneur van Kinshasa erop aangesproken. De bevoegdheden zijn zelfs ter plaatse gekomen om hoogte te nemen van de situatie. We schrijven artikels om de situatie aan te kaarten. Zo hopen we dat de situatie zal verbeteren.

 

Waarom financieren jullie zelf de wegherstelling niet?

Sommige zijn daar voorstanders van, maar de bevoegdheden kanten zich tegen individuele initiatieven die het werk van de staat overnemen. We moeten én willen steeds samenwerken met de bevoegdheden.

 

Wat vind je van de huidige situatie?

We zijn de slachtoffers van het imperialisme. Het Westen komt hier voortdurend plunderen. Het leven van de Congolees verergert. Het is erg moeilijk hier te leven.

Wat de verkiezingen betreft, de politieke partijen hebben doorgaans geen lange termijn visie voor Congo. Ze denken enkel op korte termijn of aan hun persoonlijke belangen.

Wat echter wel evolueert is dat de bevolking geen vertrouwen meer heeft in de blanken. Er heerst de opvatting dat de blanken van het Westen ons hier komen bestelen. Mensen kopiëren minder en minder het Westen. Dat is op zich positief.

 

Interview afgenomen door Antoine Moens de Hase

467 keer gelezen