BLOG

05/11

Test jezelf: 10 vragen over sociale bescherming

Drie vierde van de wereldbevolking heeft onvoldoende toegang tot sociale bescherming. Maar wat betekent dat? Tijdens de campagne Sociale Bescherming kreeg je hier in november 2015 tien dagen lang prikkelende kennisvragen om je inzicht over sociale bescherming te testen én te verscherpen. De 10 quizvragen en de 10 antwoorden.

Een quiz om te ontdekken waar sociale bescherming echt over gaat

Tijdens de actieweek van 6 tot 15 november 2015 stond de campagne Sociale Bescherming van 11.11.11. in de kijker. In heel het land zijn sensibiliserende en fondswervende activiteiten georganiseerd. G3W trakteerde je op een mini-quiz. Hoeveel van de 10 had jij er goed?


Vraag 1: Waar of niet waar? Het aankaarten van ongelijkheden zou te veel geld kosten en is dus alleen mogelijk in landen die allereerst een goede economische groei kennen.
Bron: IBON

Antwoord 1: Niet waar.

Ongelijkheden in gezondheid kosten heel wat aan de samenleving. Ze aanpakken zou dus geld besparen op lange termijn. In de Europese Unie verliest men 1,4% van het bruto binnenlands product (bbp) aan ongelijkheden in gezondheid. Dat is bijna evenveel als het geld voor defensie (1,6% van het bbp). Dat verlies komt er onder meer doordat zieken minder productief zijn, minder bijdragen via belastingen en hogere kosten opleveren voor sociale zekerheid en gezondheidszorg.

De omgekeerde stelling, dat economische groei sowieso leidt tot een stijging van de welvaart, is evenmin waar. Dat toont bovenstaande afbeelding aan. Ondanks een stijging van het binnenlands bruto product, stijgt de werkloosheid in de Filipijnen. Werkzekerheid is een belangrijke factor in de strijd om sociale bescherming en tegen ongelijkheid.

Het voortbestaan van ongelijkheden vertraagt de ontwikkeling zelfs. Meer dan 800 miljoen mensen wereldwijd leven in sloppenwijken. Het bereiken van globale gezondheidsdoelen wordt vertraagd door een gebrekkige toegang tot gezondheidszorg voor mensen als deze. In arme gebieden kunnen gezondheidskosten voor chronische ziekten algauw alle middelen opzuigen en zo gezinnen in de armoede duwen. Dit is het geval voor 100 miljoen mensen per jaar. (Bron: Wereldgezondheidsorganisatie)


Vraag 2: Hoeveel moeders in België sterven tijdens de zwangerschap of bevalling, vergeleken met de Filipijnen?

A 8 per jaar in België, 8 per dag in de Filipijnen
B 10 per jaar in België, 100 per jaar in de Filipijnen
C 6 per jaar in België, 6 per maand in de Filipijnen


Bron: World Bank Data. Kaartje door WomanStats Project [CC BY-SA 3.0 (http://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0)], via Wikimedia Commons

Antwoord 2: A: 8 per jaar in België, 8 per dag in de Filipijnen.

Volgens de Filipijnse overheid zijn de thuisbevallingen de grootste oorzaak voor deze hoge graad van moedersterfte. Ze stelt dat 8 op 10 geboortes in de armere regio's buiten het ziekenhuis plaatsvinden en zonder een dokter, verpleegkundige of vroedvrouw in de buurt. Om dit probleem aan te pakken, vond de Filipijnse overheid geen betere oplossing dan vrouwen te beboeten indien ze thuis bevallen. Gezondheidszorgen in de Filipijnen zijn echter moeilijk toegankelijk en vaak dragen ze een hoog prijskaartje. Voor Filipijnse moeders die het niet breed hebben, is thuisbevalling dus de meest gangbare praktijk.

Volgens onze Filipijnse partnerorganisatie Gabriela schuilt het probleem daar: “Niet de thuisbevallingen zijn de oorzaak van zo'n grote moedersterfte, het is vooral de gebrekkige toegang tot basisgezondheidszorgen en prenatale controles. Het brengt niets op om vrouwen te bestraffen die toch thuis bevallen, wanneer blijkt dat dit echt hun enige optie was. Integendeel, het brengt hen enkel nog meer in gevaar”.

Lees hier meer over.


Vraag 3. Sociale organisaties moeten inspraak hebben in het beleid voor sociale bescherming. TTIP, het vrijhandelsakkoord tussen de EU en de VS, staat bekend voor de disproportionele invloed van de private sector op de verdragen. Hoe groot is percentueel hun aandeel in het contact met de Europese Commissie, vergeleken met burgerorganisaties?


Antwoord 3: 92% van de ontmoetingen tussen de Europese Commissie en belangengroepen was met lobbygroepen van private ondernemingen. Slechts 4% van de rest was met burgerorganisaties, zoals vakbonden en ngo's. De overige 4% was met individuen zoals academici (bron: CEO).

De Europese Commissie besteedt dus meer aandacht aan de belangen van private lobbygroepen dan aan de stem van haar burgers, van wie ze überhaupt het onderhandelingsmandaat kreeg. Industriële voedselconcerns maken hier het grootste deel van uit. Deze disproportionele invloed gaat gepaard met een gebrek aan transparantie voor de bevolking. We weten niet wie exact mee aan de onderhandelingstafel gaat, hoeveel geld deze industriële groepen investeren in de lobby-activiteiten, noch welke inbreng ze hebben in de uiteindelijke teksten.

De campagne vraagt een prioritaire inbreng van sociale organisaties wanneer het gaat om verdragen van publiek belang. Dat is de derde politieke eis. Dit is waar democratie om gaat. Vakbonden, ziekenfondsen, organisaties van boeren en kleine zelfstandigen en andere sociale bewegingen zijn het best op de hoogte van de problemen waar mensen mee kampen als er geen sociale bescherming is.


4. De strijd tegen klimaatverandering is belangrijk voor de gezondheid. In verscheidene landen zijn klimaatactivisten echter het slachtoffer van repressie en dodelijk geweld. Hoeveel milieuactivisten zijn in 2014 wekelijks vermoord?


Interactieve kaart via Global Witness.

Antwoord 4: Volgens een rapport van de ngo Global Witness zijn in 2014 maar liefst 116 milieuactivisten vermoord. Dat zijn er gemiddeld meer dan twee per week. Wellicht ligt het aantal slachtoffers zelfs hoger als het geweld zich in afgelegen gebieden heeft afgespeeld en niet is geregistreerd.

Niet alleen in Europa vinden klimaatacties plaats zoals eind november 2015 rond de top in Parijs, ook in het Zuiden komen veel activisten op voor het behoud van hun land en tegen de plundering van natuurlijke rijkdommen. Daar leven dezelfde vragen als hier, maar zij moeten het soms bekopen het met hun leven. Uit de schaarse informatie, concludeert Global Witness dat het vaak grondeigenaars, politici en zakenmensen zijn die achter het geweld zitten. Waar de activisten strijden voor het behoud van hun leefomgeving, strijden zij voor het behoud van hun winst.

De grote VN-klimaatmanifestatie in Parijs die eind november tienduizenden Europeanen op de been zal brengen is een ideaal moment om de strijd van hun collega-milieuactivisten in het Zuiden onder de aandacht te brengen. Ook dit jaar doet Stop the Killings dat door de uitreiking van een mensenrechtenprijs.

Meer over repressie van milieuactivisten vind je hier.


Vraag 5. Sociale bescherming is niet enkel een Noord-Zuidverhaal. Hoeveel Belgen leven onder de armoedegrens?


Kaartje: Percentage bevolking dat leeft met een inkomen onder de armoedegrens in Europa, 2014. Bron en interactieve kaart: Eurostat.

Antwoord 5: 15,5%, ofwel 1 op 7. Dit is onaanvaardbaar voor een land dat zich op de borst klopt een degelijke sociale bescherming te hebben.

Deze mensen hebben onvoldoende middelen om te voorzien in hun basisbehoeftes. Ze zijn bovendien gevoeliger aan tegenslagen en komen zo in een neerwaartse spiraal terecht. 1 op de 10 Belgen stelt bijvoorbeeld een doktersbezoek uit om financiële redenen. Ze worden mogelijks nog zieker of hebben geen recht op een uitkering.

Opvallend zijn de grote verschillen in de rest van Europa. De vierde politieke eis van de campagne verwijst naar deze problematiek: “België en Europa moeten hun eigen beleid voor sociale bescherming versterken. Daarnaast moeten ze pleiten voor een Europees pact dat de verschillende systemen voor sociale bescherming in Europa naar boven toe harmoniseert. Ze moeten ook verhinderen dat internationale handels- en investeringsakkoorden of belastingakkoorden, de sociale bescherming schaden.”

Een voorbeeld van dergelijk vrijhandelsakkoord waarover momenteel onderhandeld wordt door de Europese Commissie is TISA, ofwel de internationale overeenkomst voor handel in diensten.
Meer over de schadelijke impact op de gezondheid van dit verdrag.


Vraag 6: Hoeveel percent van de wereldwijde uitgaven voor gezondheidszorg wordt besteed in ontwikkelingslanden, wetende dat zij 90% van de wereldwijde ziektelast dragen?


Bron en interactieve kaart: WHO, gegevens van 2015

Antwoord 6: Slechts 12% van de globale gezondheidsuitgaven wordt besteed in ontwikkelingslanden.

De meest kwetsbare mensen met de hoogste noden hebben dus het minst toegang tot gezondheidszorg. 80% van de wereldwijde ziektelast van niet-besmettelijke chronische ziekten komt voor in lage- en middeninkomenslanden. (Cijfer: WHO)

Bovenstaand kaartje toont welk aandeel van het bruto binnenlands product wordt gespendeerd aan gezondheid. Hoewel er duidelijk een verschil is in uitgaven, is het louter financiële plaatje niet het hele verhaal. Minstens even belangrijk is hoe de middelen worden aangewend. Libanon heeft een van de meest geprivatiseerde gezondheidssystemen in de derde wereld. Het land geeft twee maal meer uit aan gezondheidszorg dan Sri Lanka, een land dat veel lager staat op de ontwikkelingsindex van de Verenigde Naties, maar ondanks de hoge uitgaven is de kinder- en moedersterfte er respectievelijk 2.5 en 3 maal hoger. Het omgekeerde verhaal gaat op voor Cuba en de Verengde Staten (zie vraag 10). Primair is het wegwerken van de grote ongelijkheid in gezondheidsfactoren, onder meer door publiek te investeren in preventie, degelijke en toegankelijke infrastructuur en gezondheidseducatie.


Vraag 7: Sociale bescherming is een mensenrecht en de componenten ervan zitten verweven in verscheidene internationale verdragen, zoals het VN-kinderrechtenverdrag. Slechts één land heeft dit nog niet geratificeerd. Welk?

Ratificering van het VN-kinderrechtenverdrag
Kaartje: donkerblauw: ondertekend en geratificeerd. Lichtblauw: enkel ondertekend. Bron: http://indicators.ohchr.org/

Antwoord 7: de Verenigde Staten.

De donkerblauwe landen hebben het kinderrechten verdrag geratificeerd. De Verenigde Staten (lichtblauw) is het enige land dat het verdrag wel ondertekend maar nog niet geratificeerd heeft. Dit betekent dat ze niet gebonden zijn door de principes van het verdrag.

Sociale bescherming is een mensenrecht dat als dusdanig erkend wordt in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (art. 22 en 25) , in het Internationale Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten (art. 9 en 10), in IAO-Conventie 102, in regionale mensenrechtenverdragen en in verschillende nationale grondwetten.

Een recht erkennen is helaas niet hetzelfde als het garanderen. Vele landen hebben deze VN-verdragen goedgekeurd, maar weinigen passen de principes ervan even consequent toe. Maar deze wettelijke basis is wel essentieel voor sociale bewegingen: zij kunnen hun overheden aanspreken op hun plichten. De eerste politieke eis van de campagne luidt daarom dat alle landen het recht op sociale bescherming moeten erkennen door dit te verankeren in hun wetten. Dit is een belangrijke eerste stap naar sociale verandering, en maakt deel uit van G3W's visie op Empowerment.


Vraag 8: Naar de dokter gaan en je laten behandelen is voor velen onbetaalbaar. Hoeveel mensen belanden wereldwijd jaarlijks in armoede door de directe financiële bijdrage die ze moeten betalen voor gezondheidsdiensten: vijftig miljoen mensen of het dubbele aantal?


Foto: protest in de Filippijnen tegen commercialisering van de gezondheidszorg

Antwoord 8: Elk jaar belanden honderd miljoen mensen in armoede omdat ze moeten betalen voor gezondheidsdiensten. (Bron: Wereldgezondheidsorganisatie) Een essentieel onderdeel van sociale bescherming is het vervangen van deze directe individuele bijdragen door een op solidariteit gebaseerd systeem dat mensen beschermt tegen desastreuze uitgaven.

We zien echter op internationaal niveau een verschuiving naar gecommercialiseerde zorg. Kenmerken daarvan zijn: duurdere diensten en hogere prijzen voor behandeling en medicatie. Aanbieders van private diensten willen namelijk winst maken. Om echt universele toegang tot gezondheidszorg te verwezenlijken, moeten basisdiensten in publieke handen blijven.

Lees hier meer over de gevolgen van commercialisering van de gezondheidszorg.


Vraag 9: Sociale bescherming voor iedereen vraagt om fondsen. Hoeveel geld mist Afrika jaarlijks door belastingontduiking van multinationals? Wat denk je, is het 60 of 6 miljard dollar?


Antwoord 9: Het juiste antwoord is zestig miljard dollar en dit is nog maar een deel van het verhaal. De afbeelding toont hoe het Afrikaans continent elk jaar een nettoverlies van 160 miljard dollar lijdt. De oranje pijlen tonen je de processen van oneerlijke handelsbalansen: ze leiden ertoe dat vele van de schaarse Afrikaanse middelen naar multinationals gaan. Miljarden, die men had kunnen investeren in universele toegang tot sociale bescherming. De groene pijl staat voor de inkomende hulp aan Afrika: slechts een verzachtend effect op het immense verlies. (1 'billion' = 1 miljard)

De tweede politieke eis van de campagne is dat alle landen sociale bescherming moeten kunnen betalen. Het is de taak van onze regeringen om rechtvaardigere internationale belastingsystemen te bepleiten. De meeste Europese landen behouden echter een beleid dat belastingontwijking en agressieve fiscale planning voor multinationals faciliteert.
Meer weten? Het dossier '50 Shades of Tax Dodging' brengt de rol van de EU in de globale fiscale crisis in kaart en onderzoekt of de verschillende landen de noodzakelijke maatregelen hebben genomen om belastingontduiking en –ontwijking naar het verleden te verwijzen.


Vraag 10: Cuba is acht keer armer dan de Verenigde Staten. Is de kindersterfte er lager, hoger, of gelijk?

Sterftecijfer voor kinderen jonger dan 5 jaar. Donkerblauw: 3/1000 geboortes. Rood: 257/1000 geboortes.Bron: Save the Children State of the World's Mothers report (2008 data).
Kaartje: sterftecijfer voor kinderen jonger dan 5 jaar. Schaal gaat van donkerblauw (3 per 1.000 geboortes) tot rood (257 per 1.000 geboortes). Cuba en Europa zijn donkerblauw. De VS en Rusland turqoise: een hogere kindersterfte dus.
Bron: Save the Children State of the World's Mothers report (2008 data).

Antwoord 10: Terwijl de Verenigde Staten acht keer rijker zijn dan Cuba, is de kindersterfte in Cuba met 4,2 per 1.000 levendgeborenen lager dan in de Verenigde Staten (5,8 per 1.000 levend geborenen). De levensverwachting in Cuba is 78 jaar, net onder het gemiddelde in de VS. (World Bank Data)

Het is merkwaardig hoe een ontwikkelingsland toch een goede gezondheid kan waarborgen voor de inwoners. Na 50 jaar universele gezondheidszorg hebben de meeste Cubanen toegang tot een kwalitatieve gezondheidszorg. Een sleutelverklaring is dat hun gezondheidssysteem erg gericht is op preventie. Ze is er om het risico te voorkomen, de ziekte te voorkomen, en te genezen indien nodig. Het hangt dus af welke politieke keuzes je maakt.

Lees meer over het Cubaanse gezondheidssysteem.

9322 keer gelezen