29/09/11

Buitenlandse militaire basissen en het recht op soevereine ontwikkeling

Een vreemde militaire aanwezigheid is niet bevorderlijk voor een soevereine ontwikkeling. Via militaire basissen willen de rijke landen, de VS op kop, hun macht in het Zuiden bestendigen. Het spreekt voor zich dat dit in de eerste plaats hun eigen belangen dient. Zonder de dreigende schaduw van die militaire aanwezigheid zou de lokale bevolking zich vrijer kunnen ontplooien om hun recht op gezondheid en ontwikkeling te realiseren.

Officieel opereert het Amerikaanse leger via 909 militaire faciliteiten in 46 landen en gebieden wereldwijd. In feite heeft het een militaire aanwezigheid in meer dan 130 landen, gaande van permanente installaties tot kleinere spionagebases of gemeenschappelijke trainingskampen, opslagplaatsen voor kernwapens, faciliteiten voor 'rust en recreatie' en brandstofvoorraden. Bovendien genieten de VS ook van bijkomende havenrechten, landingsrechten voor militaire en spionagevliegtuigen, brandstofvoorzienings- en overvliegrechten die vaak zijn vastgelegd in zogenaamde Status of Forces Agreements.

Na de val van de Berlijnse Muur in 1989 en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991, startten de VS een uitgebreid 'herstructureringsprogramma' van hun militaire bases. Het programma had als doel het aantal VS-troepen in Europa en Oost-Azië te doen dalen, terwijl tezelfdertijd hun globale militaire reikwijdte werd uitgebreid door het openen van strategische, vaak kleine, bases in gebieden waar voordien geen Amerikaanse soldaten gelegerd waren.

Doelstellingen

Het originele plan om de aanwezigheid van overzeese grondtroepen te doen inkrimpen, werd door de militaire elites in de VS in twijfel getrokken toen bleek dat het Amerikaanse leger niet in staat was om militaire grondinvasies te bestendigen in Somalië in de jaren 1990 en gedurende het laatste decennium in Irak en Afghanistan. Het lijkt er ook op dat de VS van plan te zijn om nog een tiental 'duurzame' bases op te richten om hun duizenden troepen in Irak en Afghanistan te ondersteunen. Hierdoor breiden ze niet enkel hun overzeese militaire infrastructuur nog verder uit, ze plaatsen de debatten over de 'terugtrekking' van het Amerikaanse leger ook in een ander perspectief.

Naast de overheersing op het vlak van hun kernwapenarsenaal is er geen duidelijker, universeel erkend symbool van de supermacht-status van de VS dan hun overzeese bases. Documenten van het Pentagon geven aan dat overzeese militaire bases worden beschouwd als zeer belangrijk om macht uit te stralen in de regio waar ze zich bevinden. De Verenigde Staten staan enorm weigerachtig tegenover het idee om een basis op te geven eenmaal ze die verworven hebben. De bases die in één oorlog zijn verkregen, worden gezien als uitgangsposities voor een toekomstige oorlog, die vaak een andere vijand inhoudt. De Amerikaanse bases in Turkije, Saoedi-Arabië en Diego Garcia waren cruciaal voor het langdurig bombarderen van Irak in de jaren 1990. En dan mogen we ook de door de VS geleide invasies in Afghanistan en in Irak niet vergeten, alsook de door de VS gesteunde Israëlische invasie van Libanon. De huidige opstapeling van militaire middelen in Irak, Afghanistan, Centraal-Azië, Pakistan en de Golfstaten biedt de VS de mogelijkheid om Iran in de toekomst te onderdrukken of zelfs binnen te vallen.

De verspreiding van de Amerikaanse militaire macht in nieuwe regio's door het oprichten van militaire bases moet niet simpelweg gezien worden in het licht van directe militaire doeleinden. Ze worden altijd gebruikt om de economische en politieke doelen van het Amerikaanse imperialisme te promoten. Zo zijn Amerikaanse bedrijven en hun regering er al lange tijd op uit om over een veilige olie- en gasleiding te beschikken van de Kaspische Zee in Centraal-Azië, door Afghanistan en Pakistan, tot aan de Arabische Zee. De oorlog in Afghanistan en het opzetten van militaire bases in Centraal-Azië worden gezien als sleutelfactoren om een dergelijke pijpleiding te realiseren.

Recente ontwikkelingen in Noord-Afrika en het Midden-Oosten maakten duidelijk dat het VS-imperialisme aan invloed inboet, nu de volkeren van Tunesië, Egypte, Jemen, Bahrein en andere landen opkomen tegen hun reactionaire regimes en streven naar soevereiniteit, democratie en sociale vooruitgang. Hoewel de VS dit niet hadden zien aankomen, pasten ze zich snel aan aan de nieuwe situatie en begonnen zo misbruik te maken van de onrust in Libië om hun machtspositie te behouden door middel van een zware militaire interventie.

HET MIDDEN-OOSTEN

In het Midden-Oosten zijn er nog een aantal VS-bases die aanwezig zijn gebleven na elk van de interventies vanaf 1990. Door de Golfoorlog, de Balkanoorlogen in het voormalige Joegoslavië, de oorlog in Aghanistan en nu ook in Irak, zijn er wijd verspreid verschillende bases gestationeerd op plaatsen waar de VS voordien niet militair aanwezig waren. Als je het geheel bekijkt, kan je zien dat de invloedssfeer van de VS strategisch gelegen is juist tussen de EU en China, hun twee belangrijkste economische concurrenten.

Zoltan Grossman, expert inzake Amerikaanse militaire bases, observeert: “Je zou kunnen zeggen dat vroeger bases werden neergepoot om oorlog te voeren. Nu kan je bijna zeggen dat er oorlog wordt gevoerd om militaire bases te stationeren. Documenten van het Pentagon geven aan dat dat wat overblijft na de oorlog belangrijker beschouwd wordt dan de oorlog zelf.” Syrië en Iran zijn eigenlijk ongeveer de enige landen in de regio waar de VS niet militair aanwezig is.

Het is niet verwonderlijk dat in Irak tientallen bases gestationeerd zijn. Een van de grootse is Camp Anaconda, dicht bij Balad Airbase, wat zo'n 64 km ten noorden van Bagdad ligt. Hier zijn 30 000 troepen en 10 000 contractanten gevestigd op een terrein van zo'n 40 km², omringd door een “veiligheidsstrook” van ongeveer 30 km². Deze gigantische bases vormen een wereld die volledig losstaat van Irak: werkende verlichting, degelijk sanitair, propere straten en streng geobserveerde gedragsregels en -codes. Sommige bases hebben een populatie van meer dan 20 000, met duizenden contractanten en migranten om ze in stand te houden.

Hoewel de gevechtstroepen zullen worden teruggetrokken vanaf eind 2011, zullen naar schatting 50 000 troepen gevestigd blijven op permanente militaire bases in Irak en in de “Amerikaanse ambassade” in de Groene Zone van Bagdad, die zo groot is als Vaticaanstad.

Het is niet moeilijk te begrijpen waarom de recente opstanden in Bahrein op veel ongenoegen konden rekenen bij de imperialistische VS. Dit kleine koninkrijk speelt namelijk een belangrijke rol in de militaire structuur van de overzeese Amerikaanse bases. De basis Naval Support Activity Bahrain (NSA Bahrain) is het maritieme hoofdkwartier van het Centrale Commando (Naval Forces Central Command) alsook de vaste aanlegplaats voor de Amerikaanse Vijfde Vloot. Het is de voornaamste basis in de regio voor de maritieme activiteiten van de VS in hun agressieoorlogen in Irak en Afghanistan.

Ondanks de afwezigheid van een eigen luchtmacht, bouwde Qatar in 1996 de Al Uleid Air Base met een prijskaartje van meer dan 1 miljard dollar, in de hoop om zo het Amerikaanse leger aan te trekken. Deze basis deed dienst als een enorm commando- en logistiek centrum voor regionale operaties van de VS, zoals de oorlogen in Irak en Afghanistan. Nu dient het als voorpost van het hoofdkwartier van het Centrale Commando dat verantwoordelijk is voor militaire operaties in het Midden-Oosten en in delen van Azië.

Andere landen in het Midden-Oosten

Er bevinden zich eveneens Amerikaanse bases en troepen in Saoedi-Arabië, Oman, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten. Het is dan ook geen toeval dat Saoedische troepen – getraind en bewapend door de VS en hun NAVO-bondgenoten – Bahrein binnenvielen om het volksprotest tijdens de zogenaamde Arabische Lente de kop in te drukken, of dat Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten de enige Arabische landen waren die deelnemen aan de door de VS geleide agressieoorlog tegen Libië.

Het wordt vaak vergeten – of opzettelijk verzwegen – maar het Amerikaans imperialisme is ook aanwezig op het territorium van hun satellietstaat in het Midden-Oosten, Israël. Zo is er de Dimona Radar Facility, een radarbasis onder toezicht van de VS in de Negev-woestijn, waar 120 Amerikaanse militairen tewerkgesteld zijn. De Haven van Haifa voorziet dan weer faciliteiten voor de Amerikaanse Zesde Vloot.

Turkije

Incirlik Air Base, net buiten de stad Andana in Turkije, is de grootste Amerikaanse militaire basis die gelegen is in een strategisch vitale NAVO-bondgenoot. Het is moeilijk om het belang van deze basis te overschatten inzake de Amerikaanse machtsontplooiing in het Midden-Oosten. Het volledige Irak-beleid van de Verenigde Staten was namelijk afhankelijk van Incirlik.

De weerstand tegen de buitenlandse militaire bases is bijna even wijdverspreid als de bases zelf. De opvatting dat de Amerikaanse militaire bases een inbreuk zijn op de nationale soevereiniteit is uitgebreid aanwezig in de “gastlanden”. Zelfs in Irak organiseren protestorganisaties bijvoorbeeld sit-ins bij militaire bases. Een van de actievoerders is de journalist Muntazer al-Zaidi, die beroemd werd nadat hij in 2008 zijn schoen naar VS-president Bush had gegooid. Nu staat hij mee aan het hoofd van de Volksbeweging voor de Redding van Irak.

Sinds de aanvang van de agressieoorlog tegen Irak in 2003 zijn al meer dan 4 000 Amerikaanse militairen omgekomen in de strijd, maar het totale aantal VS-doden die verband houden met deze Golfoorlog loopt mogelijk op tot enkele tienduizenden. Wekelijks vinden er over heel het land aanvallen plaats van Iraakse verzetsstrijders op Amerikaanse troepen en bases. De Arabische Lente ging ook hier niet onopgemerkt voorbij: meermaals kwamen duizenden Iraki's op straat om soevereiniteit, democratie en het einde van de bezetting te eisen.

AFRIKA

Tot de jaren 1990 waren rechtstreekse Amerikaanse interventies in Afrika relatief zeldzaam. Aangezien de VS zich concentreerden op de oorlogen in Vietnam en Korea of in andere militaire projecten in Azië en Latijns-Amerika, verkozen ze hun invloed te doen gelden door middel van politieke druk en netwerken. Wanneer ze extra militaire kracht nodig hadden, deden ze beroep op lokale pionnen of op Europese bondgenoten. Sinds Afrika aan belang won voor de VS, groeide ook hun militaire betrokkenheid.

Pas in oktober 2008 werd een nieuwe, eigen commandostructuur opgericht speciaal voor Afrika: de AFRICOM. De oprichting hiervan is een duidelijke aanwijzing voor de groeiende competitie met de Europese bondgenoten en voor de grotere interesse van het VS-imperialisme om militaire controle uit te oefenen op het grondstofrijke Afrikaanse continent. Reeds in 2002 schatte de Amerikaanse overheidsdenktank, National Intelligence Council, dat de ingevoerde olie in de VS tegen 2015 voor 25 % zou bestaan uit West-Afrikaanse olie.

Een van de redenen waarom Afrika zo belangrijk is geworden voor de VS, is de groeiende aanwezigheid van hun concurrenten India en China op het continent. Nu heeft Afrika namelijk alternatieven voor de Westerse druk, wat de imperialisten van de VS en Europa helemaal nerveus maakt. Het wordt dus steeds belangrijker voor het Westen om zijn tanden te laten zien als het zijn dominante positie in de regio wil vrijwaren.

Tijdens een conferentie over 'De evolutie van militair Afrika' in februari 2009, die mee georganiseerd werd door AFRICOM en het Amerikaans ministerie van Buitenlandse Zaken, werd het volgende geobserveerd door professor David H. Shinn, adjunct-professor aan de George Washington-Universiteit: “Er wordt vermoed dat China de VS tegen 2010 zal inhalen als belangrijkste handelspartner van Afrika. China heeft immers diplomatieke relaties met 49 van de 53 Afrikaanse landen (de overige landen herkennen Taiwan nog steeds) en heeft, op Somalië na, ook een ambassade in deze 49 landen. Dat zijn er evenveel als de VS, ware het niet dat China meer onafhankelijke consulaten heeft dan de Verenigde Staten. India is eveneens snel zijn handelsterritorium aan het uitbreiden in Afrika: zo hoopt het om binnen vijf jaar een even grote marktspeler te zijn op het continent als China, goed voor meer dan $ 100 miljard. Ook Brazilië is de laatste jaren eveneens doorgebroken in het continent, voornamelijk in de Portugeestalige landen. Ook enkele Golfstaten, waaronder Iran en Turkije, halen de banden aan met Afrika. Het speelterrein is veel bevolkter geworden dan tien jaar geleden. Dit geeft de Afrikanen meer opties, maar zorgt eveneens voor complexere relaties tussen Afrika en buitenlandse belangen.”

“Een welvarend en stabiel Afrika is van strategisch belang voor de Verenigde Staten”, vertelde de commandant van AFRICOM, generaal Carter F. Ham, op 7 april aan de Amerikaanse Senaatscommissie voor Defensie. “Indien Afrika in staat is om zijn economie op brede basis te ontwikkelen en deze ontwikkeling te behouden, zal dit bijdragen aan de globale groei, wat reeds sinds lang van groot belang is voor de VS. Desondanks draagt de armoede in grote delen van Afrika bij tot een gevaarlijke spiraal van instabiliteit, conflict, schade aan het milieu en ziektes, die het vertrouwen in nationale instituten en het vermogen van de regering doet slinken. Dit veroorzaakt op zijn beurt dan weer een brede waaier aan transnationale veiligheidsbedreigingen die gevaarlijk kunnen zijn voor Amerika en onze regionale belangen.”

Dit geeft aan dat de doelen van AFRICOM tweezijdig zijn: enerzijds wil het commandocentrum controle blijven uitoefenen over Afrikaanse sleutelregimes die van economisch belang zijn voor de VS. Anderzijds erkent het centrum ook de dreiging van volksprotesten tegen deze belangen. Ham gaf in zijn getuigenis voor de Senaatscommissie ook nog mee dat “43 % van de bevolking in Sub-Saharaans Afrika jonger is dan 15 jaar. (...) deze potentiële poel van ongeschoolde en werkloze jongeren kan een bron van instabiliteit vormen en ervoor zorgen dat ze zich aansluiten bij extremistische organisaties of drugshandelaars.”

AFRICOM staat in voor een hele reeks aan activiteiten die ervoor moeten zorgen dat belangrijke Afrikaanse bondgenoten aan de macht blijven. Dit gebeurt via wapenhandel en militaire trainingsprogramma's voor Afrikaanse militairen. Er zijn ook verschillende veiligheidsprogramma's om het militaire vermogen te versterken van – voornamelijk – regimes die aan de macht staan van landen met rijke olievoorraden en andere natuurlijk grondstoffen, zoals Nigeria, Algerije, Angola, Tsjaad, en Equatoriaal Guinea. Sommige landen kunnen dan weer rekenen op militaire assistentie voor zover ze bereid en in staat zijn om de VS bij te staan in hun globale 'oorlog tegen terreur', zoals Kenia en Ethiopië.

Bovenop de reeds vermelde assistentie werd de aanwezigheid van Amerikaanse marine-eenheden voor de Afrikaanse kust enorm uitgebreid, vooral voor de olierijke kust van Guinea en die van Somalië.

Volgens Daniel Volman van het African Security Research Project (ASRP) zijn de VS zich ervan bewust dat deze strategie op termijn zal falen. Zulke regimes zijn niet stabiel en zullen niet eeuwig aan de macht blijven. Ze dreigen namelijk te vallen door de groeiende democratiseringsbeweging op het continent. Er kan een dag komen waarop de VS hun eigen troepen moeten gebruiken om rechtstreeks te interveniëren in Afrika.

Deze evolutie komt overeen met wat we hebben gezien in het Midden-Oosten onder het Centrale Commando van de VS, dat min of meer op dezelfde manier is gesticht in 1979. Het begon als een klein hoofdkwartier in Florida, zonder controle over troepen. Inmiddels voert het twee grote oorlogen in het Midden-Oosten en heeft het enorme militaire bases ter beschikking in de regio.

Tot op heden hebben de VS slechts één basis met ongeveer 2300 troepen op het Afrikaanse continent, nl. in Djibouti. Dit Camp Lemonnier werd oorspronkelijk opgestart als deel van het Centrale Commando en focuste eerst op de Amerikaanse betrokkenheid in het Midden-Oosten. Nu legt het meer de nadruk op de Hoorn van Afrika en Oost-Afrika. Vanop die basis voeren de VS militaire interventies uit op Somalië.

Daarenboven hebben de Verenigde Staten ook zogenaamde 'toegangsakkoorden' afgesloten. Vanzelfsprekend is het voor de VS niet nuttig om vele dure en zichtbare militaire bases in Afrika te installeren. In plaats daarvan hebben ze toegang nodig tot zo veel mogelijk lokale militaire installaties. Bijgevolg hebben ze toegangsakkoorden voor de bases afgesloten met verschillende regeringen over het hele continent.

Dankzij deze flexibele afspraken zijn de VS in staat om militaire bases op te richten in letterlijk enkele dagen tijd. Dat is ook wat er gebeurt wanneer een Amerikaanse president een Afrikaans land bezoekt: er wordt een tijdelijke militaire basis opgericht voor de duur van de trip, met duizenden mariniers, voorraden van militaire uitrusting en andere middelen, inclusief gesofisticeerde communicatiesystemen. Daarenboven liggen er ook eventuele plannen en andere voorbereidingen klaar voor rechtstreekse militaire interventies in Afrika.

Tot haar sluiting door Khaddafi in 1970 hadden de VS ook een luchtmachtbasis in Libië, de Wheelus Air Base. Het is niet vergezocht om te denken dat de VS en de NAVO geïnteresseerd zouden zijn om deze basis herop te starten in een bezet of gecontroleerd Libië, goed gelegen tussen Tunesië en Egypte en met een overzicht over het hele Afrikaanse continent.

Washington heeft echter één groot probleem: het verzet en de vijandelijkheid op het Afrikaanse continent tegenover de VS en hun leger groeit aan. Van alle Afrikaanse staten stelde enkel Liberia zich publiekelijk kandidaat om het AFRICOM-hoofdkwartier te huisvesten. De VS konden niet anders dan het hoofdkwartier in Stuttgart, Duitsland te plaatsen voor de 'afzienbare toekomst'.

De Afrikanen zijn zich welbewust van de rol die de VS spelen bij oorlogen die worden gevochten door lokale pionnen. Het was bijvoorbeeld onmogelijk geweest voor een klein land als Rwanda om de Democratische Republiek Congo binnen te vallen tussen 1998 en 2003 zonder hulp van buitenstaanders. Ook de aanhoudende oorlog in Libië stuit steeds meer op verzet doorheen het continent. De Afrikaanse Unie verzette zich van bij het begin tegen de agressie en verschillende Afrikaanse leiders hebben geprobeerd om als bemiddelaar op te treden om de oorlog af te wenden en, wat later, om hem te doen eindigen. Naburige landen zoals Niger en Mali hebben het reeds zwaar te verduren door de oorlog doordat hun burgers die in Libië werkten nu werkloos zijn geworden. Hoe meer de VS betrokken raken bij de oorlog, hoe meer verzet er zal komen vanwege de overheden en volkeren van het continent.

Vertaald door: 

Sabrina Verswijver

 

9403 keer gelezen