06/04/16

Colombia en Honduras | “Voor onze doden geen minuut stilte”

Colombia en Honduras zijn bij de gevaarlijkste landen ter wereld voor mensen die actief zijn in de sociale strijd. Velen worden vermoord in hun verzet tegen de plundering van gronden door multinationals.
Wie strijdend sterft, leeft verder in elk van zijn kameraden

Sinds begin 2016 werden al twintig militante boeren, studenten, milieuactivisten en inheemse bewoners vermoord in Colombia. In afgelegen dorpen circuleren pamfletten van extreemrechtse paramilitaire groepen die delen van het land controleren. In die pamfletten wordt een nakende “sociale schoonmaak” aangekondigd. Colombia is daarmee het gevaarlijkste land ter wereld voor activisten. In Honduras is de situatie nauwelijks beter. 

Verzet tegen multinationals 

In de nacht van 2 maart 2016 lag Berta Cáceres rustig te slapen. Berta is algemeen secretaris van COPINH, de Raad van Volksbewegingen en Inheemse Organisaties van Honduras. Ondanks de beschermingsmaatregelen slaagden criminelen erin binnen te dringen in haar woning. Ze werd vermoord. Vier andere leden van COPINH ondergingen recent hetzelfde lot. 

Berta en haar kameraden van COPINH waren al jaren het mikpunt van bedreigingen. Die bedreigingen namen nog toe toen ze zich verzetten tegen de bouw van een hydro-elektrische dam op de Gualcarque. De dam zou een ecologische catastrofe veroorzaken. Duizenden mensen zouden moeten verhuizen. Door die strijd heeft de multinational Sinohydro in 2013 het contract opgezegd. Maar de Hondurese regering die de multinationals met bijzonder veel enthousiasme steunt, overweegt nieuwe concessies te verlenen elders op de rivier. Die projecten zijn felbegeerd door grote Amerikaanse en Canadese bedrijven, die de luidruchtige activisten met een kwaad oog bekijken.

Vier dagen na de moord op Berta Cáceres speelde Klaus Zapata, een geëngageerd kunstenaar en lid van de Communistische jeugdbeweging, een partijtje voetbal met enkele vrienden toen een huurmoordenaar naar hem toekwam en hem van dichtbij doodschoot. In Colombia valt de toename van het aantal moorden de laatste weken samen met wat het einde zou moeten zijn van de historische vredesonderhandelingen tussen de regering en de revolutionaire strijdbeweging FARC, na 65 jaar gewapend conflict. Het geweld dat vandaag echter ontketend wordt, doet het ergste vrezen voor de meerderheid van de bevolking, die niet alleen een land zonder oorlog wil, maar ook een land dat niet gegijzeld wordt door multinationals die met de steun van paramilitaire groepen miljoenen arbeiders uitbuiten op de plantages en in de mijnen.

Wat doet de staat? 

Telkens wanneer een activist wordt vermoord, roepen zowel de Hondurese als Colombiaanse overheden privéredenen in die de moorden rechtvaardigen. Of ze spreken over geïsoleerde gevallen, als ze de kameraden van de slachtoffers al niet met de vinger wijzen. Zo vertelt Gustavo Castro, enige getuige van de moord op Berta, hoe de Hondurese justitie hem aanpakte: “Ze toonden me enkel foto’s van leden van COPINH en video’s van manifestaties tegen de bouw van de dam. Maar ik zag geen enkele foto van de eigenaars van het betrokken bedrijf noch van hun huurmoordenaars.” De bedreigingen aan het adres van Berta waren zo ernstig dat ze zwaar beschermd werd. De beschermingsmaatregelen werden opgelegd door het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens. In Colombia heeft datzelfde hof de regering bevolen om een gelijkaardige vorm van bescherming te verlenen aan syndicalisten, aan de leiders van de inheemse bevolking, aan boeren en linkse militanten die het meest bedreigd worden in het land. Toch “geniet” maar een handvol onder hen van die uitzonderingsmaatregelen. Activisten die dag in dag uit op het terrein werken in de afgelegen en moeilijk toegankelijke gebieden, zijn de eerste slachtoffers van de brutale repressie die gefinancierd wordt door ondernemers en grootgrondbezitters. 

“Wie strijdend sterft ...” 

De families en strijdmakkers van Berta en Klaus blijven luid en duidelijk herhalen wie de schuldigen zijn van deze misdaden: de paramilitairen, de huurmoordenaars van de multinationals en – vooral – de regeringen die deze criminaliteit veeleer beschermen dan ze te bestrijden.

In Colombia draaide de begrafenis van Klaus uit tot een politieke meeting. Bij het voorbijrijden van de begrafenisstoet toeterden de auto’s, passanten scandeerden slogans en toonden borden met opschriften als “Wie strijdend sterft, leeft verder in elk van zijn kameraden. Voor onze doden geen minuut stilte.”

Bij de dood van Berta Cáceres kwamen zowat overal ter wereld – ook in Brussel – mensen samen aan de ambassades van Honduras om druk uit te oefenen op de Hondurese autoriteiten. De deelnemers eisten dat een onafhankelijk onderzoek zou gevoerd worden, de schuldigen zouden veroordeeld worden en adequate maatregelen zouden genomen worden opdat dit niet meer zou gebeuren. 

In Honduras zelf woonden tienduizenden mensen de begrafenis van Berta bij. Haar veertienjarige dochter nam het woord: “De moord op mijn moeder is een politieke misdaad. Wij weten met zekerheid dat zij vermoord is om haar verzet en haar strijd tegen de uitbuiting van de natuurlijke bronnen. Zij zal voor altijd mijn grootste inspiratie blijven om het milieu te beschermen.”


Al meer dan tien jaar verenigt het platform Stop The Killings vakbonden, solidariteitscomités en ngo’s, waaronder Intal en Geneeskunde voor de Derde Wereld. Zo wil dit platform de moorden en vervolgingen aanklagen waarvan mensenrechtenactivisten het slachtoffer zijn. Elk jaar organiseren ze een actie op 10 december, de Internationale Dag voor de Rechten van de Mens.

Meer over Stop the Killings


Dit artikel verscheen eerder op solidair.org. De foto van de solidariteitsdemonstratie in Brussel is gemaakt door intal.

3707 keer gelezen