26/05/16

Congo is geen eiland

De politieke situatie in de Democratische Republiek Congo is op zijn zachtst gezegd gespannen. Internationale observatoren en ngo's zijn zeer kritisch voor president Kabila en zijn regering. Dat is zeker niet altijd ten onrechte. Maar ze zouden er goed aan doen om even kritisch te zijn voor de Congolese stemmen die ze zelf naar voor schuiven.
Steun aan een buitenlandse agenda giet immers enkel olie op het vuur. Een buitenlandse activistische agenda dient niet altijd de democratie

In Congo is al maanden een publiek debat aan de gang over de toekomstige presidentsverkiezingen. Zal het logistiek mogelijk zijn om ze te organiseren? Moet er al dan niet eerst een volkstelling georganiseerd worden? Wil president Joseph Kabila ze uitstellen om langer aan de macht te blijven? Mag of kan zijn parlementaire meerderheid de grondwet wijzigen om een derde mandaat voor de president te legaliseren?

'Verkiezingen dit jaar'

De antwoorden op die vragen zijn niet gemakkelijk. Zo beweert de oppositie bij hoog en bij laag dat verkiezingen dit jaar kunnen en moeten. Toch schijnt men zich nu ook in brede kringen de vraag te stellen of die deadline logistiek wel haalbaar is en of enig pragmatisme de democratie niet meer zou dienen dan een strikte lezing van de grondwet.

Tezelfdertijd komt het ondertussen tot fysieke clashes tussen oppositiegroepen en de politie en gaat deze laatste over tot arrestaties van activisten. Buitenlandse politici en ngo's mengen zich in het debat. Daarbij wordt de complexe realiteit niet zelden zwart-wit voorgesteld: een moedige sociale beweging staat tegenover een dictatoriaal regime. Dit is natuurlijk weinig genuanceerd. De buitenlandse belangen en inmenging ontbreken bijvoorbeeld steevast in het verhaal. Het lijkt wel of Congo een eiland is dat volledig op zichzelf staat.

Valse vrienden

Wie blind blijft voor wat er zich achter de schermen van de buitenlandse ambassades in Kinshasa afspeelt, riskeert af te gaan op schone schijn. En zo maak je al gauw valse vrienden. Laat ons bij wijze van voorbeeld eens kijken naar een figuur als Floribert Anzuluni. De man werd al door ngo's opgevoerd als exponent van de Congolese sociale beweging. Welke belangen hij in werkelijkheid dient moet u zelf maar uitmaken op basis van de volgende feiten.

Anzuluni is de zoon van een voormalig belangrijk baron van de Mobutu-dictatuur onder wiens bewind hij ook parlementsvoorzitter was. Na het beëindigen van zijn studies in België en Canada ging Floribert in 2006 naar Kinshasa terug om er bankdirecteur te worden. Hij maakt er een punt van om goede relaties aan te knopen met de lokale VS-ambassade.

Vier jaar later wordt de 27-jarige Anzuluni door diezelfde ambassade geselecteerd als één van de drie Congolese jongeren die naar Washington mogen voor het “African Young Leaders Initiative”. Hij is er samen met 115 geselecteerde jongeren uit 46 Afrikaanse landen voor een vormingsprogramma dat wordt omkaderd door het Amerikaanse State Department.

Hoogtepunt van dit verblijf is een lang onderhoud met president Obama. De Amerikaanse president laat er in zijn kaarten kijken als hij zich laatdunkend uitlaat over de Afrikaanse helden van de onafhankelijkheidsstrijd – Nkrumah en Kenyatta worden bij naam genoemd - en zegt te hopen dat de jongeren voor hem “de toekomst kunnen waarmaken die zovelen in de vorige generaties niet hebben kunnen realiseren.” Volgens de VS-president zijn de uitdaging van vandaag meer betekenisvol hoewel ze “het dramatisch gehalte van de bevrijdingsstrijd missen”.

In een interview legt Anzuluni begin dit jaar uit waarom dat bezoek zo belangrijk was voor hem: “Er werd een netwerk opgezet met Afrikanen die reeds een engagement hebben bewezen en die voor uitdagingen en realiteiten staan die wij in Congo nog niet kennen. We delen onze ervaringen en kennis.” Een netwerk letterlijk 'made in Washington', onder Amerikaanse paraplu en met Amerikaanse steun.

Vanaf dan leest het verhaal van Anzuluni als een spionagefilm.

Kinshasa. 15 januari 2015. Na heel wat voorbereidingstijd slaagt Floribert Anzuluni er eindelijk in om zijn oppositiebeweging uit de grond te stampen. Op kosten van de Amerikaanse ambassade en onder het goedkeurend oog van Amerikaanse diplomaten wordt in hartje Kinshasa een nieuwe jongerenbeweging gelanceerd onder de naam Filimbi. Jongerenorganisaties “Balai citoyen” uit Burkina Faso en “Y en a marre” uit Senegal tekenen ook present om hun ervaringen inzake “regime change” door te geven aan de Congolezen.

Maar de Congolese veiligheidsdiensten krijgen lucht van de vergadering. Ze onderbreken deze en nemen alle aanwezigen in hechtenis. De meerderheid wordt na enkele weken vrijgelaten. Vandaag blijven nog twee jongeren aangehouden in afwachting van hun proces. Anzuluni vlucht het land uit.

Senegal. December 2015. Anzuluni duikt weer op. Ditmaal gaat het om een conferentie waar alle geledingen van de Congolese oppositie op worden uitgenodigd door Westerse stichtingen zoals de Duitse conservatieve Konrad Adenauer Stiftung en de Zuid-Afrikaanse Brenthurst Foundation. Onderwerp is “de verkiezingsprocessen in Afrika”. Maar in feite is het een poging om alle geledingen van de Congolese oppositie te verenigen in een breed front tegen de huidige regering.

Na de conferentie wordt het “Front citoyen 2016” boven de doopvont gehouden. Floribert Anzuluni wordt er als coördinator op het schild gehesen. Onder de leden vinden we vogels van allerlei pluimage en respect voor de mensenrechten of democratie is duidelijk geen vereiste. Zelfs de MLC van oorlogsmisdadiger Jean-Pierre Bemba is van de partij. Anzuluni's Filimbi krijgt de taak om de contacten in het buitenland, en met name Europa, te verzorgen.

De prioriteit van Anzuluni's “Front citoyen 2016”? Presidentsverkiezingen in Congo. Een constructieve dialoog met de regering interesseert hen niet echt. Tegenover de voorstellen tot dialoog van de Congolese regering, kondigt het Front Citoyen 2016, aan “tot het uiterste te willen gaan” als er geen presidentsverkiezingen plaatsvinden dit jaar.

Brussel. Januari 2016. Anzuluni installeert zich in België. Hij stelt zichzelf voor als “de” vertegenwoordiger van “de” Congolese civiele maatschappij en de Congolese jongeren. Over zijn afkomst en broodheren is hij om begrijpelijke redenen eerder discreet.

Den Haag. Februari-maart 2016. Anzuluni bezoekt voormalig krijgsheer Jean-Pierre Bemba in de gevangenis van het Internationaal Strafhof. Na dit bezoek laat hij triomfantelijk weten dat het “Front citoyen 2016” kan rekenen op de Bemba's steun. Wanneer Jean-Pierre Bemba op 15 maart wordt veroordeeld voor oorlogsmisdaden door het Internationaal Strafhof, zal Anzuluni dit betreuren en verzekeren dat het “Front citoyen 2016” blijft rekenen op de steun van Bemba's politieke partij, het MLC.

Authentieke volksbeweging

Democratie is per definitie de macht van de lokale bevolking. Het gaat er om de stem van de bevolking te doen gelden. Democratie komt er niet bij toverslag. Het gaat om krachtsverhoudingen opbouwen, steun zoeken en mensen overtuigen en organiseren. Het gaat ook om compromissen sluiten met anderen in de samenleving. Het is een delicaat proces.

Buitenlandse steun aan de politieke oppositie is niet zonder gevaar. De steun riskeert de sociale en politieke concurrentie te vervalsen. Ze geeft bepaalde bewegingen een kracht die groter is dan de steun die ze eigenlijk genieten bij de bevolking. Die bewegingen riskeren vervolgens andere, meer representatieve of democratische, bewegingen te overschaduwen. Of, gesterkt door buitenlandse fondsen, radicalistische standpunten in te nemen en zo het land naar interne chaos te leiden.

Is buitenlandse steun altijd verkeerd? Niet noodzakelijk. Internationale solidariteit was cruciaal om de apartheid te verslaan. Het Palestijnse volk rekent op internationale solidariteit in hun strijd tegen de bezetting. Hier gaat het echter over steun van het volk aan het volk, steun die de machtelozen een stem geeft ten opzichte van de macht, die de authentieke sociale beweging een boost geeft.

De agenda van de grootmachten ten opzichte van Congo zit op een heel ander spoor. In die kringen wordt de Congolese president 'souvereinisme' verweten. De term is nieuw maar Obama's speech voor de 'African Young Leaders' in 2010 sprak al boekdelen: vergeet de idealen van de bevrijdingsstrijd als je Afrika wil heropbouwen. Voor Washington en vele Europese politieke krachten, staat Kabila blijkbaar wat teveel op de onafhankelijkheid van zijn land.

Eerder dan mee te gaan in deze strategie, zou onze regering steun moeten verlenen aan de oproepen tot dialoog onder Congolezen door de secretaris-generaal de Verenigde Naties, Ban Ki Moon, door paus Franciscus en door de Afrikaanse Unie. Edem Kodjo, de officiële facilitator van de dialoog, aangesteld door de Afrikaanse Unie met de steun van de VN en de Europese Unie, verdient steun tegenover de venijnige aanvallen en verdachtmakingen door de radicale oppositie die elke dialoog afwijst.

Vanuit de solidariteitsbeweging mogen we zeker terechte kritieken formuleren op de Congolese regering. Maar die discussie dient in de eerste plaats in Congo te gebeuren op zo'n manier dat de sinds de oorlog moeizaam verworven eenheid van het land versterkt en niet verzwakt wordt. Als er vanuit onze kringen kritiekloos dubieuze oppositiefiguren en -groepen naar voor worden geschoven waarvan Anzuluni en zijn Filimbi maar één voorbeeld vormen, gaan we daarmee enkel olie op het vuur gieten. Er zijn zeker gebreken en tekortkomingen aan Kabila's beleid. Maar als Congo morgen vanuit de Amerikaanse ambassade of door een oorlogsmisdadiger geregeerd zou worden, heeft de Congolese bevolking daar echt geen baat bij.


Dit opinieartikel verscheen eerder op de website van MO onder de titel 'De buitenlandse belangen achter kritiek op Kabila'

5263 keer gelezen