17/02/10

El Salvador: Gezondheidsbeleid met een visie

Op uitnodiging van Eduardo Espinoza, vice-minister van Volksgezondheid, verbleef ik enkele dagen in El Salvador. Vroeger was Eduardo onderzoeker aan de Universiteit van El Salvador. We hebben jarenlang samengewerkt rond ‘alternatieve modellen’ tegen de privatiseringsstrategie van de Wereldbank en andere internationale instellingen in Latijns-Amerika. Eduardo is ook actief lid van de ‘People’s Health Movement’ (PHM), een van intals partners.

Mijn verwachtingen waren vrij beperkt, omdat ik ervan uitging dat de politieke situatie nog veel complexer zou zijn dan bijvoorbeeld in Venezuela. Maar in El Salvador presenteert zich onverwachts een heel andere en boeiende situatie. Complex, dat wel. Bovendien geven zes dagen niet de kans om een volledig beeld te vormen van wat er hier gebeurt. Het gaat dus over onvolledige ‘eerste indrukken’…

DE POLITIEKE SITUATIE

Sinds juni 2009 is er een coalitieregering aan de macht met het FMLN en andere sociaal-democratische en christen-democratische partijen. De oppositie bestaat enkel uit het extreem-rechtse ARENA. Zo’n centrum-linkse coalitie kan op zijn best een beetje de meest liberale kantjes van de economische politiek afvijlen en de sociale problematiek proberen te verlichten. Voordeel is dat er een split is gekomen in ARENA. De verdeeldheid van extreem-rechts in het parlement geeft de FMLN-coalitie iets meer ruimte.

De privételevisiekanalen en -kranten zijn even erg als in Venezuela, zelfs tegenover een zeer gematigd regime. Eén klein voorbeeld. In de berichtgeving over Haïti (ja, ook hier is er een ‘help Haïti’ campagne) lees ik dat “Haïti het tweede armste en miserabelste land is van het continent, na Cuba”… Je moet echt verblind zijn door rabiaat anticommunisme om zoiets te kunnen schrijven.

De sociale situatie in het land bestaat uit een combinatie van extreme armoede en extreem geweld in de volkswijken. ‘Maras’ (gewapende bendes) voeren oorlogen tegen elkaar rond drugshandel en andere belangen. In de eerste 40 dagen van 2010 zijn daarbij al meer dan 500 doden gevallen. El Salvador is vandaag het meest gewelddadige land van Latijns-Amerika. Daartegenover staan dan de vele nieuwe shoppingcentra die als paddenstoelen uit de grond rijzen in centrale delen van de hoofdstad. Overdadige luxe en – letterlijk – moordende armoede vind je er naast en door elkaar.

DE GEZONDHEIDSSECTOR

Het heeft zo zijn voordelen om een collega en vriend te hebben die vice-minister van Volksgezondheid wordt. Eduardo is me komen ophalen aan de luchthaven, en binnen het half uur zat ik met de minister te kletsen.
Dra. Maria Isabel Rodriguez, 87 jaar (!), is een historisch figuur in El Salvador en in Latijns-Amerika. Topwetenschappers van Mexico tot Brazilië en Argentinië zijn haar leerlingen geweest. Ze is sinds vele jaren een prominente dame die aanleunt bij het FMLN, en was politiek vluchteling (o.a. in Europa) gedurende de jaren van dictatuur en volksopstand (1980-1992). In de voorbije jaren was ze rector van de Universiteit van El Salvador, en heeft die post nu ingeruild om minister te worden… Ze noemt zichzelf nog steeds marxistisch en blijft een consequente verdedigster van de basisbeweging.

Het kabinet van Volksgezondheid is voornamelijk samengesteld uit de ploeg waarmee zij de voorbije tien jaar de Universiteit heeft geleid (grotendeels vrouwen bovendien). Stuk voor stuk mensen die een sterke band hebben met de volksbeweging en die goed weten waar ze mee bezig zijn.

Gedurende de verkiezingscampagne (eind 2008-begin 2009) heeft Dra. Rodríguez in opdracht van het FMLN brede consultaties gehouden met volksorganisaties en professionals om een ‘strategisch plan voor gezondheid’ op te stellen. Dat was een centraal element in de politieke campagne van het FMLN tijdens de verkiezingen en dat ‘plan’ is vandaag de leidraad van het beleid. USAID, Wereldbank en anderen hebben er al hun tanden op stukgebeten. Die internationale organisaties zijn gewoon om allerhande 'raadgevers' en 'consultanten' te financieren om de nieuwe regeringen ‘bij te staan’ om hun beleid uit te werken. Maar mevrouw de minister (“Noem mij a.u.b. Maria Isabel!”) wimpelt hen af met dat boekje: “Onze strategische beslissingen liggen al vast”. Ze nodigt hen uit om voorstellen te doen rond welke prioriteiten zij willen financieren... Datzelfde plan wordt op duizenden exemplaren verspreid in de volksorganisaties.

Tegelijk kent de gezondheidssector hier de typische situatie van Latijns-Amerika, met een sterke privésector voor wie geld heeft (5-10%), een aparte sociale zekerheid voor wie een formele job heeft (20%-30%), en een slecht functionerende publieke sector voor het grootste deel van de bevolking. Als eerste stap naar een ééngemaakt gezondheidssysteem wordt nu gewerkt aan een nauwe samenwerking tussen de sociale zekerheid en de publieke sector.

In de voorbije dagen was ik uitgenodigd op drie vergaderingen/discussies met die ploeg van het ministerie – vaak ook met verantwoordelijken van de volksbeweging – en ‘moest’ daarnaast ‘blijven zitten’ terwijl buitenlandse experts hun verhaal kwamen doen… Mevrouw de minister blijkt een vriendelijke maar zeer taaie tante te zijn, zowel wat inhoud als wat leiding betreft... Ze is ook zeer goed op de hoogte van wat intal (via PHM) kan aanbrengen rond het versterken van die basisbeweging en is daarover in de wolken.

DE VOLKSBEWEGING

De volksbeweging heeft haar sterke en zwakke kanten. Op veel plaatsen volledig uitgedoofd, op veel andere plaatsen actief en min of meer georganiseerd. In de voorbije jaren is die beweging nieuw leven ingeblazen door een strijdvaardige 'nationale coalitie tegen de (verdere) privatisering van de gezondheidszorg'. De vorige regering heeft daardoor alvast haar privatiseringsplannen moeten opbergen.

Er is bij de ploeg op het ministerie en bij de volksbeweging een heel duidelijk bewustzijn dat er in de regering veel tegenstellingen zijn, dat die regering op zijn best een zwak sociaal-democratisch beleid zal voeren, en dat dit verhaal mogelijk slechts vijf jaar zal duren – want verkiezingen zijn nu eenmaal zeer onvoorspelbaar.

DOELSTELLINGEN IN DE GEZONDHEIDSSECTOR

Het uitgangspunt is dubbel: enerzijds moet de gezondheidszorg doelmatiger functioneren. Anderzijds liggen de belangrijkste oorzaken van ziekte en sterfte buiten de gezondheidszorg: werk, loon, woningen, een gezonde omgeving. Hiervoor wordt zoveel mogelijk samengewerkt met andere structuren van de overheid en met de gemeenten. Maar vooral is er het besef dat de strategie vóór alles moet leiden tot de versterking van de volksbeweging. Enkel op die manier zal er in deze (en volgende linkse of rechtse) regering(en) iets structureel kunnen afgedwongen (of verdedigd) worden.

Dit sluit nauw aan bij de basisstellingen van intal om het ‘recht op gezondheid’ af te dwingen via volksorganisaties en via het ‘wegwerken’ van de obstakels ervan.

Het gaat om meer dan woorden alleen. Er is een sterke band tussen de nationale coördinatie van de volksbeweging en het ministerie van Volksgezondheid. Ze hebben elkaar nodig en werken een strategie uit waarbij de volksbeweging de positie van de gezondheidssector binnen de regering versterkt, en waarbij de uitbouw van een participatief gezondheidsbeleid de hoeksteen is voor het versterken van de volksbeweging. Uiteraard is er verzet vanuit 'commerciële' hoek, die hier enorm veel macht behoudt en ook schandalig veel winsten maakt. De medicijnen zijn hier de duurste van heel Latijns-Amerika.

In de komende maanden wordt er volop gewerkt aan de voorbereidingen van een nationaal 'Foro de Salud' (Gezondheidsforum) op 28 mei 2010. Dit moet een brede volksvergadering worden met duizenden deelnemers. Daar worden de resultaten samengebracht van lokale en regionale bijeenkomsten, waarin de volksorganisaties massaal mobiliseren en organiseren om hun visie op gezondheidszorg te preciseren, te verdedigen, en daarna ook te helpen realiseren. Bedoeling is het 'strategisch plan' zeer concreet te maken, en vooral, het te laten dragen door de bevolking. Dat gezondheidsforum moet een permanente beleidsinstantie worden die in de komende jaren de gezondheidspolitiek zal sturen.

(*) Pol De Vos is onderzoeker gezondheidspolitiek in Latijns-Amerika (Instituut voor Tropische Geneeskunde, Antwerpen) en voorzitter van de raad van bestuur van Steunfonds Derde Wereld vzw.

 

 

7817 keer gelezen