28/09/07

Het Cubaan geneesmiddelenbeleid, een voorbeeld van planning volgens de behoeften

Hoe realiseert een arm ontwikkelingsland gezondheidsresultaten die vergelijkbaar zijn met deze van de rijkste landen?

Het derdewereldland Cuba heeft meer dokters per 1.000 inwoners dan België. Gezondheidszorg is in Cuba gratis en toegankelijk voor iedereen. Alle kosten van de gezondheidszorg worden door de staat gedragen, met uitzondering van de medicatie op de eerste lijn die aan gesubsidieerde prijzen wordt aangeboden. We kunnen het ons moeilijk voorstellen, maar op Cuba is een hartoperatie of een langdurige revalidatie volstrekt gratis, voor iedereen. Elke Cubaan, ongeacht zijn koopkracht heeft recht op de zorgen die hij nodig heeft. Als je in andere ontwikkelingslanden gewerkt hebt, dan steekt zulke prestatie je ogen uit.

Cuba investeert 15% van zijn bruto binnenlands product aan onderwijs en gezondheidszorg, tegenover slechts gemiddeld 7% voor de andere landen in Latijns-Amerika of 12% in ons rijke België. Cuba realiseert met een nationaal inkomen per hoofd dat slechts één tiende bedraagt van dat van een rijk land als België, gelijkwaardige kindersterftecijfers. Dat is ontegensprekelijk een belangrijk wetenschappelijk argument voor de superioriteit van zijn maatschappelijk systeem op het vlak van menselijkheid, rechtvaardigheid en efficiëntie. Volgens Kofi Annan toont Cuba 'dat het zelfs voor een arm land niet nodig is om zijn bevolking bloot te stellen aan de ergste ontberingen. Cuba heeft een gezondheidsniveau dat onbekend is in de meeste arme landen. Op dit vlak kunnen we daar allen van leren. En dat geldt zelfs voor de rijke landen'.

Sinds de revolutie van 1959 is Cuba van onderontwikkeld derdewereldland uitgegroeid tot een 'grootmacht' op gebied van gezondheid en gezondheidszorg. Hoe is dit mogelijk?
De belangrijkste bijdrage kwam van de fundamentele economische en sociale veranderingen sinds 1959: een eigen woning, een verzekerd inkomen, betere voeding en een betere opleiding zijn immers van essentieel belang voor de gezondheid. De bijdrage van de gezondheidsdiensten, hoe belangrijk ook, komt pas daarna. Cuba koos voor de opbouw van een socialistisch systeem, een economische ontwikkeling in functie van de vraag en de behoeften van de bevolking en volgens een nationaal plan. De basislogica van dat systeem is dus: een behoeftegestuurd beleid. Ook in de geneesmiddelenpolitiek wordt het aanbod zoveel mogelijk afgestemd op de reële vraag, de noden en behoeften van de bevolking.

EEN NATIONALE FARMACEUTISCHE INDUSTRIE

Vóór 1959 was de Cubaanse farmaceutische industrie versnipperd over honderden bedrijfjes. Slechts enkele ervan produceerden volgens aanvaardbare normen. Dochterondernemingen of lokale afdelingen van buitenlandse farmaceutische bedrijven, zowat allemaal uit de Verenigde Staten, palmden 70% van de markt in. Bij die multinationals waren onder andere Pfizer, Squibb, Abbott, Schering... 110 Cubaanse bedrijfjes, de nationale farmaceutische industrie, verzekerden 30% van de totale verkoop. Zij vielen uiteen in twee groepen. De ene werden 'ethische bedrijven' genoemd, de andere chiveros of 'foefelaars', omdat zij de zelfmedicatie en de kwakzalverij aanmoedigden met speciale drankjes en zalfjes voor zowat elk denkbare kwaal.

In de eerste jaren na de revolutie werden alle Noord-Amerikaanse farmaceutische bedrijven en daarna ook de nationale farmaceutische industrie genationaliseerd. Er werd een openbare nationale farmaceutische industrie uitgebouwd. Vanaf 1966 kwam deze industrietak helemaal onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Volksgezondheid. Er werden veertien bedrijven geselecteerd waarin materiaal, installaties en personeel werden geconcentreerd. Zo kon men de kosten verminderen en de efficiëntie verhogen. Kleine bedrijven kregen vaak een specifieke productie toegewezen, als onderdeel van een van de veertien hoofdbedrijven.

Vanaf 1970 zorgden investeringen voor de concentratie en de uitbreiding van de productiecapaciteit, het verbeteren van de productieprocessen en het harmoniseren van de productielijnen. Bedoeling was zoveel mogelijk zelf aan de nationale noden te kunnen voldoen.

Vandaag werkt Cuba met een lijst van meer dan 1.000 verschillende geneesmiddelen waarvan 87% nationaal wordt geproduceerd. Omdat Cuba geen eigen chemische industrie heeft, blijft het land afhankelijk van de invoer van basisgrondstoffen. De overheid ziet de uitbouw van die eigen grondstoffenproductie voor de farmaceutische industrie als een van de belangrijkste uitdagingen voor de toekomst.
Wetenschappelijk onderzoek van de behoeften, productie naargelang die behoeften en rationeel gebruik van geneesmiddelen zijn drie sleutelgegevens van het Cubaanse geneesmiddelenbeleid.

HIGH TECH PRODUCTIE VAN GENEESMIDDELEN

Sinds 1981 is de Cubaanse farmaceutische industrie ook actief op het terrein van de biotechnologie. Een groep Cubaanse wetenschappers genoot een opleiding in het buitenland en startte met de productie van interferon. In die tijd werd interferon slechts in een achttal industrielanden geproduceerd. Men beschouwde het toen als een mogelijk therapeutisch alternatief voor de behandeling van kanker. De Cubaanse productie van interferon via genetische manipulatie werd een succes en vindt toepassing in de behandeling van kankers en virale aandoeningen. Cuba is vandaag de tweede grootste producent ter wereld van alfa-interferon. Het is bovendien het land dat aan de top staat in het gebruik van interferon in medische toepassingen.
In 1986 werd het Centrum voor Genetica en Biotechnologie opgericht. De kennis op het gebied van de biotechnologie en de genetische manipulatie leidde tot de productie van nieuwe vaccins en geneesmiddelen en tot verfijnde diagnosesystemen. Elk product wordt onmiddellijk en volledig gratis ter beschikking gesteld van de Cubaanse bevolking (en wordt ook gebruikt in grote delen van Latijns-Amerika).

Terwijl de regering in België in 2001 nog discussieerde over welke kinderen, wanneer en tegen welke prijs kunnen worden gevaccineerd tegen meningitis C, wordt in Cuba sinds 1992 elk kind gratis ingeënt tegen de elf belangrijkste infectieziekten (vandaag tegen dertien), waaronder meningitis C, maar ook meningitis B waarvoor in Europa nog steeds geen degelijk vaccin voorhanden is. Naar aanleiding van een meningitisepidemie in de Verenigde Staten heeft de Amerikaanse regering een speciale toestemming gegeven aan het Brits-Amerikaanse SmithKline-Beecham om - ondanks de economische blokkade - een joint venture aan te gaan met Cuba om dit meningitis B-vaccin verder te ontwikkelen en in de toekomst te commercialiseren.

 

* Uittreksels uit ‘De cholesteroloorlog. Waarom geneesmiddelen zo duur zijn’, EPO, 2004, hoofdstuk 16: ‘Cuba: een behoeftegestuurd aanbodsbeleid’. Titel en tussentitels van intal.

6165 keer gelezen
Het Cubaan geneesmiddelenbeleid, een voorbeeld van planning volgens de behoeften | Viva Salud

Fout

Er is onverwacht een fout opgetreden. Probeer het later nog eens.