10/05/11

Historische veroordeling van Chevron-Texaco

Op 16 februari werd het Amerikaanse bedrijf Chevron-Texaco veroordeeld voor sociale en ecologische vernietiging in de Ecuadoraanse Amazone.

Op 16 februari werd het Amerikaanse bedrijf Chevron-Texaco veroordeeld voor sociale en ecologische vernietiging in de Ecuadoraanse Amazone.
Volgens verschillende deskundigen is de omvang van de schade vergelijkbaar met de explosie van de kerncentrale van Tsjernobyl en hoger dan andere grote verwoestingen in verband met olie.

 

Edgar Isch L.

Op 16 februari werd het vonnis uitgesproken over de schuld van de Noord-Amerikaanse firma Chevron-Texaco met betrekking tot milieuvervuiling en sociale schade gedurende de 26 jaar dat deze firma nu actief is in het Ecuadoriaanse regenwoud. De straf werd uitgesproken door dokter Nicolás Zambrano, rechter van het Hof van Nueva Loja.
Verschillende onderzoeken door experts hebben aangetoond dat de toegebrachte schade enkel vergelijkbaar is met de gevolgen van explosie van de kerncentrale in Tsjernobil en veel erger dan de schade van andere vernielingen met betrekking tot petroleumwinning, zoals bij Exxon-Valdes of het recentere geval van British Petroleum in de Golf van Mexico. 

De rechter verplicht Chevron-Texaco om een bedrag van om en bij de 9.500 miljoen dollar te betalen, dat zich zal verdubbelen als ze binnen de twee weken geen openbare verontschuldigingen aanbieden aan de slachtoffers via de media van Ecuador en van de Verenigde Staten. Het bedrag staat ter discussie, want of men het wil of niet, men plakt een bedrag op het leven van de natuur en van de mensen in de regio. Er bestaan technische schattingen die veel hoger liggen dan degene voorgesteld in de uitspraak van de rechter, maar het is alvast een modelvoorbeeld dat zeker ook sporen zal nalaten in de rest van de wereld.

Deze triomf van de strijd voor gerechtigheid aan het milieu is te danken aan devolkssectoren, boeren en vijf inheemse nationaliteiten die zich verenigden en organiseerden in het Front voor de Verdediging van het Amazonewoud. Ze vormden politieke en technische kaders, gebruikten de middelen van de strijd in hun bereik en wisten allianties te vormen en het proces gaande te houden sinds 1993, ondanks de listen van het bedrijf in kwestie.
Bravo voor hen en voor hun voorbeeld dat niet enkel van belang is voor Ecuador, maar dat ook een precedent vormt op wereldschaal. Hopelijk zal hun voorbeeld snel navolging vinden in andere landen die door transnationals benadeeld worden.

Het is dus een georganiseerd volk dat zegeviert, niet de Staat, die geen enkele actie heeft ondernomen om zijn burgers te verdedigen. In latere processen tegen andere petroleumbedrijven deed de Staat ook geen enkele inspanning om de rechten van het volk te verdedigen, zoals ondermeer tegen het overheidsbedrijf Petroecuador.
Een Staat die altijd heeft ingestemd met een aanpak die eruit bestond het vuil onder de mat te vegen of, in dit geval, de gaten te dichten waar petroleum werd opgeslagen (ze “zwembaden” noemen is overdreven) om ze aan het zicht te onttrekken en zo de doelstelling te bereiken van Texaco die een contract had getekend met name “de uitvoering van reparatiewerken aan het milieu, de vrijstelling van verplichtingen, verantwoordelijkheden en eisen”.


 

In het officiële betoog zal men zeggen dat “het nu een andere Staat is”, maar de evolutie van de regering naar rechts en de laatste renegotiatie van petroleumcontracten, waarin een “schaapachtige openheid” voor transnationals te vinden is, bewijzen dat rechts wel degelijk aan de macht is. Wat meer is: veel acties van de strijders in de strijd tegen Texaco en van hun solidaire bondgenoten zouden door de huidige regering juridisch bestempeld kunnen worden als daden van terrorisme of sabotage, beschuldigingen die gebaseerd zijn op een wet uit de laatste dictatuur en die nu opnieuw gebruikt wordt tegen het strijdende volk.

Maar de zaak van Texaco houdt ook verband met het voorstel om geen olie te winnen op het platteland van ITT*, een van de weinige regio's van het Park Yasuni die niet getroffen zijn. De redenering die stelt dat Ecuador “zich opoffert” als het de petroleum onder de grond laat zitten, is op zijn minst twijfelachtig.

Ecuador vierde dit jaar in januari 100 jaar activiteit in de petroleumwinning sinds het begin van het exploreren van het Schiereiland Santa Elena. Als de redenering over het winnen van grondstoffen zou opgaan, zou er nu al een hoge ontwikkelingsgraad moeten zijn en zou Ecuador geen derdewereldland meer zijn. Maar de feiten bewijzen dat dit niet het geval is.

We kunnen bijgevolg concluderen dat de ontginning van petroleum sinds de petroleumboom in de jaren zeventig niet de aangekondigde ontwikkeling en vooruitgang voor het land met zich mee heeft gebracht. Integendeel, het is heel duidelijk wat Ecuador en de Amazoneregio heeft moeten opofferen in al die lange jaren:

  • Twee inheemse volkeren, de Tetetes en de Sansahuaris verdwenen samen met hun cultuur van de planeet. Welke prijs kunnen we plakken op deze daad die als genocide bestempeld kan worden? Als men de ITT regio ook zou gaan exploiteren, is het bovendien zeer waarschijnlijk dat er nog twee anderen volkeren plaats zullen moeten ruimen, de Tagaeri en de Taremani.

  • De enorme milieuaantasting en sociale schade, waarvan de totale herstellingskost geraamd wordt op 27 500 miljoen dollar voor Texaco alleen. Als men de schade van alle petroleumbedrijven zou optellen, hoever reikt dan het economisch verlies?. Als men die kosten zou aftrekken van de inkomsten die de staat uit taxen op petroleumwinning heeft gekregen, is de kans groot dat de winst minimaal of zelfs onbestaande zou zijn. Loont het de moeite om zoveel op te offeren voor zo weinig resultaat?

  • De petroleumbedrijven gebruikten enorme hoeveelheden water zonder daarvoor te betalen of goedkeuring te vragen, omdat de wet hen toeliet het levensnoodzakelijke water te gebruiken.

  • In de petroleumwinningsgebieden bereiken de kankergevallen een percentage van 31%, terwijl het nationaal gemiddelde 12,3% is. Wat is de prijs voor elke getroffen familie? Willen we nog meer van hetzelfde?

  • Andere aantastingen van de gezondheid zoals huid-, ademhalings- en verteringsproblemen verveelvoudigen zich in de petroleumgebieden

  • Het sociale leven werd aangetast door het opleggen van een levenswijze die verschilt van de eigen inheemse cultuur. Exploitatie activiteit gaat ook hand in hand met geweld, prostitutie en alcoholisme.

  • Ontwikkeling van activiteiten voor individueel gewin uit milieuschade, zoals het opzettelijk lozen van stoffen, terwijl een wettelijk systeem van kracht was voor milieu heropbouw, waarmee privé firma's hun voordeel doen.

  • De petroleumexploitatie op kapitalistische wijze en met rechtse regeringen heeft geleid tot een land met een ontwikkelingsstrategie die zorgt voor afhankelijkheid van een enkel product en van de internationale markt. Andere productieve regio's worden afgeremd en de petroleumbronnen worden aan grote oligarchieën toegekend (voeden van de externe privéschuld, subsidies voor grote bedrijven, redden van banken ea). Er is corruptie en inefficiëntie.

  • De Staat kende in de regio soevereiniteit toe aan grote transnationale bedrijven die via mechanismen van “sociale verhoudingen” spiegeltjes uitdeelden en in ruil zwart goud opdiepten zonder enige weerstand van de gemeenschap, waar ze interne verdeeldheid en spanningen zaaiden. Het toppunt is dat de districten van de petroleumproductie op dit moment de Ecuadoriaanse regio's zijn met de grootste armoede.

Met deze gegevens en in het licht van het Texaco-proces moet men zich afvragen: Zou het niet beter geweest zijn om de grondstoffen in de grond te laten zitten? Zou het niet beter geweest zijn om voor de natuur gekozen te hebben en voor het leven van de Ecuadorianen? Of, als je naar de toekomst kijkt: Is het niet beter het land niet op te offeren aan de exploitatielogica van petroleum, mineralen of landbouw op grote schaal?

Geen enkele technologische ingreep in de natuur geeft zekerheid en veiligheid. Dat is maar weer eens gebleken bij de olielek van BP in de Golf van Mexico of bij de OCP in Ecuador. De exploitatie activiteiten hebben enorm schadelijke gevolgen die niet eenvoudigweg bestempeld kunnen worden als “bijkomstigheden” van economische productie.

Opdat de geschiedenis zich niet zou herhalen, om te leren uit dit proces tegen Texaco en het voorbeeld van wat de slachtoffers hier hebben bereikt, om onze soevereiniteit te verdedigen, is het nodig om het voorstel om geen olie exploitatie te starten in ITT verder te blijven ondersteunen en de strijd te blijven aanwakkeren. Dit zal dan een manier zijn om onze solidariteit te betuigen met de strijders van het Amazonegebied, wiens strijd voor rechtvaardigheid nog niet beëindigd is.

 

* ITT: Volgens de namen van de drie exploratieboringen gelegen in het Yasuni park: Ishpingo-Tambococha-Tiputini. Het Yasuni-ITT-initiatief bestaat uit af te zien van de werking van een olie-reservaat in de Amazone tegen de internationale financiële compensatie.

 

 Photos de Rainforest Action Network, Flickr, CC BY-2.0

7601 keer gelezen