13/10/11

Hoe het vrijhandelsakkoord tussen de EU, Colombia en Peru te begrijpen?

In september 2007 startten de regeringen van Colombia, Ecuador, Peru en Bolivia onderhandelingen met de Europese Unie om te komen tot een "associatieakkoord".

In september 2007 startten de regeringen van Colombia, Ecuador, Peru en Bolivia onderhandelingen met de Europese Unie om te komen tot een associatieakkoord, met als voornaamste componenten politieke dialoog, samenwerking en handel. Maar zeer snel werd duidelijk dat de eerste twee elementen opzij geschoven werden, om vrij baan te laten voor het laatste, de handel.

1. De context

Bolivia en Ecuador verlaten de onderhandelingen zo gauw ze doorhebben waar het werkelijk om draait: een vrijhandelsakkoord (in het Spaans Tratado de Libre Comercio of TLC) gemodeleerd naar het NAFTA (North American Free Trade Agreement) dat al sinds 1994 van kracht is. De dramatische gevolgen van dit laatste akkoord, zowel voor de Mexicaanse als voor de Noord-Amerikaanse en Canadese werkers, waren meer dan voldoende om de progressieve regeringen van Bolivia en Ecuador op hun hoede te laten zijn. Een voorbeeld: sinds de ondertekening van het NAFTA werden 3 miljoen jobs gedelokaliseerd van de VS naar Mexico, wat een alarmerende stijging van de werkloosheid met zich meebracht in bepaalde industriebekkens in de VS. Aan de andere kant van de grens moesten Mexicaanse arbeiders nu hetzelfde werk doen, maar voor een loon dat 8 keer lager lag en in slechtere veiligheidsomstandigheden dan in de VS.(1)

Geconfronteerd met de moeilijkheid om nog regionale akkoorden af te sluiten, grijpt de EU sinds enkele jaren meer en meer terug naar bilaterale vrijhandelsakkoorden (tussen twee landen of regio's in landen). Dat laat de EU toe om eisen op tafel te leggen die de ontwikkelingslanden binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) met succes hadden kunnen afblokken. Gezien het verschil in macht tussen Europa en Colombia of Peru, is het wel duidelijk wie de dominante actor is in een dergelijk akkoord.

2. De mechanismen van verarming (2)

In elk vrijhandelsakkoord tussen landen van Noord en Zuid, zoals het TLC waar het hier om gaat, kan je de volgende mechanismen terugvinden:

  1. Subsidies: Als voorwaarde eisen de landen van het Noorden dat die van het Zuiden de subsidies opheffen die ze aan hun nationale producenten geven. Maar de landen van het Noorden letten er wel op om niet hetzelfde te doen. De EU subsidieert de eigen economie a rato van een miljard dollar per dag.

  2. Douanerechten: De landen van het Zuiden moeten de douanerechten op de invoer verminderen (of afschaffen). Daardoor kunnen de Europese producten gemakkelijker de Latijns-Amerikaanse markt binnendringen. Landen in het Zuiden zien zich zo genoodzaakt om nieuwe belastingen te heffen, ter compensatie van het verlies door het openstellen van de douanebarrières.

  3. Nationale behandeling: De Europese multinationals eisen dat elke nationale voorkeursbehandeling wordt afgeschaft. Met de bedoeling, zo zeggen ze, om gelijkheid (de “nationale behandeling”) te verzekeren tussen de verschillende spelers. Maar zal een Latijns-Amerikaanse boer of kmo echt de indruk hebben met gelijke wapens te kunnen strijden tegen een multinational die Europese subsidies krijgt?

  4. Privatiseringen: Aan de regeringen van het Zuiden wordt gevraagd hun diensten en bedrijven te privatiseren. In 2000 behoorde al 46% van de 500 grootste Latijns-Amerikaanse bedrijven tot buitenlandse groepen. En die tendens gaat nog in stijgende lijn, wat een verlies van soevereiniteit van de landen van het Zuiden betekent.

  5. Importquota: Men eist dat de landen van het Zuiden die van het Noorden toelaten om zonder enige beperking te exporteren en te verkopen in het Zuiden. Maar de Europese landen behouden zichzelf wel het recht voor om beperkingen op te leggen aan de invoer van bepaalde producten uit het Zuiden die hun lokale productie concurrentie kunnen aandoen.

  6. Wetswijzigingen: De regeringen van het Zuiden moeten hun grondwet en andere wetten aanpassen aan de regels die gestipuleerd staan in het TLC. Ze moeten daarin artikels opnemen die hun manoeuvreerruimte inperken en hen verhinderen om buitenlandse bedrijven te nationaliseren of om wetten te stemmen over de looptijd van octrooien op farmaceutische producten, over het intellectueel eigendomsrecht of over de bescherming van het milieu of van de volksgezondheid. Cintia Angulo, directrice van Électricité de France (EDF) in Mexico, verklaarde wat betreft de illegaliteit van de Franse investeringen in de Mexicaanse elektriciteitssector: “Als wij ons in de illegaliteit of in de ongrondwettelijkheid bevinden, dat ze dan onze contracten legaal en grondwettelijk verklaren”.

  7. Vrij kapitaalverkeer: Dit is essentieel om de winsten verkregen door de Europese multinationals te kunnen repatriëren. Om te garanderen dat er geen enkele beperking of overheidscontrole meer zou zijn op deze geldtransfers, is de banksector in de landen van het Zuiden een prioriteit voor de privatiseringen zoals hierboven beschreven. Alleen al tussen 1997 en 2002 investeerde de Spaanse bank BBVA 7,8 miljard dollar in het verwerven van 34 financiële instellingen in Latijns-Amerika, terwijl de (eveneens Spaanse) Banco Santander 12,3 miljard dollar investeerde voor de aankoop van 27 banken in de regio.(3)

3. Wie haalt voordeel uit het TLC?

Om te begrijpen waarom de EU er zo op aandringt om vrijhandelsakkoorden te sluiten met de landen van het Zuiden – en niet alleen met Colombia en Peru – is het nuttig om bepaalde EU-publicaties eens in te kijken. De Europese Commissie publiceerde in 2006 een document over de buitenlandse aspecten van haar competitiviteitsbeleid: Global Europe: Competing in the World.(4) Daar staat duidelijk in dat de ontmanteling beoogd wordt van alle obstakels op de inplanting en de winsten van de Europese bedrijven. De aanpak is unilateraal – zonder de belangen van de partnerlanden in rekening te brengen – en eenzijdig gericht op de economie: er is geen enkele vermelding van sociale rechten of van de milieuproblematiek.(5) De Commissie doet zelfs geen poging om haar bedoelingen te verdoezelen, maar schrijft ze zwart op wit neer: “Hoe meer onze praktijk en onze reglementen coherent zijn met onze belangrijkste partners, hoe meer dat ten voordele is van de Europese privébelangen”.(6) Vreemd, maar dit spoort perfect met de doelstellingen van de European Round Table, een lobbygroep opgericht in 1983 door Etienne Davignon, met de 45 grootste Europese ondernemingen uit 18 landen van de Unie.(7) Deze ERT, die vandaag nog steeds actief is, heeft zich tot doel gesteld om “de wereldwijde competitiviteit van de Europese industrie te stimuleren”.(8)

In de context van de economische crisis waarin de EU zich in 2011 bevindt, zijn we geneigd te denken dat het tekenen van een TLC met Colombia en Peru een uitlaatklep is om te ontsnappen aan de stagnatie van de markten in onze landen. Want de overproductiecrisis die momenteel de economie in het Oude Continent wurgt, kan een nieuwe adem vinden door de Peruviaanse en Colombiaanse markt te verzadigen met producten made in Europe.

Als we dit van dichterbij bekijken, stellen we vast dat de enige spelers die voordeel kunnen (en zullen) halen uit de mogelijke ondertekening van een TLC, de Europese multinationals zijn. Met hun almachtige lobbys zullen ze immers een hele serie regels en wetten kunnen opleggen die hun zaak van a tot z dienen.

Met zulke enorm efficiënte mechanismen aan het werk, lijkt het des te duidelijker dat het TLC het ideale instrument is waarmee de multinationals (een deel van) de kost van de economische crisis in de westerse wereld kunnen afwentelen op Peru en Colombia. Want uit die twee landen zullen ze meer deviezen weghalen dan dat ze erin investeren.

Als we onze redenering nog wat verder doortrekken, stellen we trouwens vast dat elke euro die in Latijns-Amerika wordt geïnvesteerd, daarom nog niet ten goede komt aan de Europese werkers, wel integendeel! Deze buitenlandse investeringen leiden tot de delocalisering van bepaalde bedrijven en dus tot het verlies van jobs van Europese werknemers. Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan is het al niet rooskleuriger, verre van. De Latijns-Amerikaanse arbeiders worden voor een appel en een ei aangeworven door de Europese ondernemingen. En daar wordt het arbeidsrecht dikwijls geschonden, en is elke sociale strijd erg moeilijk of zelfs gevaarlijk door het (geheel of gedeeltelijk) ontbreken van vakbondsrechten. Vergeet niet dat 60% van de syndicalisten die in de hele wereld vermoord worden, Colombianen zijn. Bij wijze van voorbeeld: Nestlé wordt ervan beschuldigd er 10 te hebben laten vermoorden, Coca-Cola 9.(9)

4. De gevolgen van het TLC

1. een bedreiging voor de lokale ontwikkeling

Liberalisering van handel heeft zware gevolgen voor het welzijn van de lokale bevolking. Ze bedreigt de tewerkstelling, de voedselzekerheid, het inkomen, en vergroot de ongelijkheid. Het voorbeeld van de melksector spreekt boekdelen. Melkproducten staan bovenaan op de lijst producten die Europa naar Colombia en Peru zal exporteren. Europa produceert in 15 dagen een hoeveelheid melk die Colombia in een jaar produceert. 380.000 Colombiaanse melkproducenten dreigen hun inkomen te verliezen.

2. een bedreiging voor de gezondheid

Onder invloed van dit akkoord zal de gezondheidssector verder geprivatiseerd worden. De privésector zal zich concentreren op het rijke, lees ‘winstgevende’, deel van de bevolking, waardoor het grootste deel steeds minder toegang heeft tot gezondheidszorg. De gezondheidssector als winstgevende industrie! Bovendien wil Europa de patenten van geneesmiddelen laten verlengen van 20 naar 25 jaar, dit is 5 jaar langer dan de norm binnen de Wereldhandelsorganisatie. De prijs van 'merk'geneesmiddelen kunnen tot 30 keer de prijs bedragen van generische geneesmiddelen. Meer dan 4 miljoen Colombianen riskeren geen toegang meer te hebben tot gezondheidszorg volgens HAI Europe en Mision Salud Colombia.

3. een bedreiging voor de leefomgeving

Dit akkoord verhoogt de druk op de biodiversiteit en natuurlijke rijkdommen van beide landen. De economie is meer exportgericht, dus wordt monocultuur gestimuleerd zoals de palmolie voor biobrandstof. Tegen 2020 wil Europa voor het transport 10% uit biobrandstof halen om haar CO2-uitstoot te verminderen. Een groot deel van de palmolie is afkomstig uit Colombia, ten koste van volledige stukken woud en het inkomen van duizenden boeren. Daarnaast blijven buitenlandse multinationals de natuurlijke rijkdommen voort plunderen.

4. een bedreiging voor politieke en sociale rechten

De sociale tegenstellingen in de maatschappij worden met dit soort akkoorden verscherpt. Waar de sociale ongelijkheid toeneemt, stijgen ook de mensenrechtenschendingen. Colombia bevindt zich als sinds 1948 in de situatie van een burgeroorlog, en is het gevaarlijkste land ter wereld voor syndicalisten en andere activisten. Het TLC zal dit alleen maar erger maken. Het bedrijf Multifruits bijvoorbeeld, een dochter van het Noord-Amerikaanse Del Monte, heeft een illegale manier uitgedokterd voor de productie van rubber en de aanplanting van de Afrikaanse palm. Het maakt gebruik van paramilitaire installaties en structuren in de regio van de Chocó, en is daardoor medeverantwoordelijk voor het verdrijven van 2500 Afro-Colombianen uit de streek, en voor de dood van 85 inwoners in de handen van de paramilitairen.(10)

5. Een veelbelovend alternatief

In een neoliberale wereld als de onze wordt de vrijhandel voorgesteld als de enig mogelijke efficiënte manier om handel te drijven tussen staten. Buiten de bewering over het ontbreken van een alternatief, is dit soort handel ook essentieel onrechtvaardig. In het concreet geval van het TLC tussen Colombia/Peru en de EU is de Europese productie 66 keer groter dan die van Colombia, en haar uitvoer 48 keer groter. Je kan je dus terecht afvragen wie zijn producten zal uitvoeren naar wie.

Maar gelukkig bestaan er wél alternatieve modellen, zoals die van het ALBA (Bolivariaans Alternatief voor de Volkeren van ons Amerika). Het gaat hier om een akkoord dat oorspronkelijk, in 2004, werd afgesloten tussen Cuba en Venezuela, maar dat sindsdien al verschillende andere landen met progressieve regeringen heeft kunnen verleiden: Bolivia, Nicaragua, Ecuador,... Het ALBA wil de complementariteit tussen partnerlanden volop uitspelen, eerder dan de competitie ertussen. Het gaat om gelijkwaardige uitwisseling tussen partnerlanden, bvb. olie tegen gezondheidsdiensten, of technische bijstand in de oliewinning tegen soja. Het ALBA is niet gebaseerd op de comparatieve voordelen van de vrije markt, maar op de coöperatieve voordelen van samenwerking, zoals de leiders van het ALBA het graag benadrukken. In het domein van het onderwijs heeft het ALBA ervoor gezorgd dat het analfabetisme is uitgeroeid in Venezuela, Bolivia, Ecuador en Nicaragua, dankzij de Cubaanse alfabetiseringsmethode ‘Yo sí puedo’. Er werd ook een grotere stabiliteit in de energievoorziening van de ALBA-landen bereikt, voornamelijk met de hulp van de Venezolaanse olie.(11)

Dit nieuw economisch gegeven stelt Zuid-Zuiduitwisseling voorop. Het is hoopgevend, want het gaat om een concreet alternatief tegenover de neoliberale pletwals. Het is het vlaggenschip van een nieuw economisch model dat nodig is als we een eind willen maken aan de groeiende kloof tussen arm en rijk. De verbetering van de werkomstandigheden in Latijns-Amerika en het verzekeren van jobs hier in Europa gaat samen met rechtvaardige handelsakkoorden, afgesloten tussen soevereine landen, en niet door neokoloniale regeringen die schatplichtig zijn aan de allesverslindende belangen van de multinationals.

Een dossier over het ALBA vind je hier.

Intal heeft een campagne gelanceerd tegen het Vrijhandelsakkoord (TLC) tussen de Europese Unie en Colombia en Peru. Om er meer over te weten, en om eraan deel te nemen, bezoek onze campagnepagina enteken hier de online petitie.

1 http://rcci.net/globalizacion/2002/fg296.htm

2 Paragraaf in grote mate geïnspireerd op http://www.alterinfos.org/spip.php?article1064

http://www.rebelion.org/docs/62852.pdf

http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2006/october/tradoc_130370.pdf

http://aitec.reseau-ipam.org/spip.php?article464

6 Geciteerd in http://aitec.reseau-ipam.org/spip.php?article464

7 Je vindt er o.a. BP, Volvo, Siemens, Nestlé, Repsol, Philips, Suez – Lyonnaise des Eaux, Nokia, Unilever, Total, Fiat, Renault, BASF, GDF Suez, Solvay, BMW, ENI, Heineken, Shell, Alcatel, enz.

http://fr.wikipedia.org/wiki/Table_ronde_des_industriels_europ%C3%A9ens

9 Tribunal Permanente de los Pueblos - Capítulo Colombia, “Sentencia de la Audiencia sobre agroalimentación”, 2006

10 http://www.rebelion.org/docs/62852.pdf

11 http://es.wikipedia.org/wiki/Alianza_Bolivariana_para_los_Pueblos_de_Nue...

 

Foto door Maria Faena (AmazonCARES) on Flickr, CC BY 2.0

7085 keer gelezen