11/04/12

Liberalisering van internationale handel

Kort na de dekolonisatie, zo'n 50 jaar geleden, hadden de ontwikkelingslanden een handelsoverschot in landbouwproducten van zo'n 1 miljard dollar. Dat betekent dat ze toen meer landbouwproducten uit- dan invoerden. Intussen is die verhouding helemaal op zijn kop gezet.
The policies currently shaped by the international trade regime are not supportive of these small-scale farmers. Instead, we impose a lose-lose upon them. (Olivier De Schutter, Speciale Rapporteur van de Verenigde Naties over het recht op voedsel)

De ontwikkelingslanden hebben nu een tekort op hun handelsbalans voor wat landbouwproducten betreft van meer dan 11 miljard dollar. Arme landen moeten nu jaarlijks voor 38 miljard dollar granen invoeren. Vroeger zelfvoorzienend in landbouwproducten en nu afhankelijk van de invoer, dat is het resultaat van het internationale handelsbeleid van de laatste vijftig jaar.

Het internationaal handelsbeleid wordt gedomineerd door de idee dat de “vrije markt” ervoor kan zorgen dat elk land gebruik kan maken van het eigen “comparatief voordeel”. Landen in het Zuiden zijn uitermate geschikt om tropisch fruit of -waarom niet?- snijbloemen te verbouwen voor de markten in de industrielanden. Zij kunnen dan net zo goed hun graan, rijst, soja, maïs of olie invoeren uit andere landen. De idee is dat de “onzichtbare hand” van de markt ervoor zorgt dat uiteindelijk iedereen wint bij de “vrije handel”.

In werkelijkheid zijn er winnaars en verliezers. Dat is ook logisch. Ten eerste kwam niet iedereen gelijk aan de start. De industrielanden hadden decennialang de vruchten geplukt van de kolonisatie terwijl de landen van het Zuiden nog maar pas dat juk hadden afgeworpen. Ten tweede blijft de ongelijkheid tussen de verschillende handelsblokken immens. Als de Europese Unie vrijhandelsakkoorden onderhandelt met ontwikkelingslanden dan is dat een verhaal van David tegen Goliath. Ten derde hebben de industrielanden het spel ook nooit eerlijk gespeeld. Terwijl ze van de ontwikkelingslanden vergaande vrijmaking eisten van de markt bleven ze zelf hun markten afschermen.

Regeringen van het Zuiden hadden weinig andere keuze dan om dit beleid te volgen. In de jaren '80 waren het de Wereldbank en het Internationaal Muntfonds (IMF) die dit beleid oplegden middels de Structurele Aanpassingsprogramma's. Als voorwaarde om leningen te kunnen krijgen moesten de ontwikkelingslanden hun subsidies aan hun eigen boeren en vissers verminderen, de invoerheffingen verminderen en overheidsprogramma's voor de aankoop, stockage en verdeling van voedsel afbouwen.

In de jaren '90 zag ook de Wereldhandelsorganisatie het licht. Eén van de basisverdragen van deze organisatie is het Landbouwakkoord (Agreement on Agriculture) dat opnieuw dezelfde voorwaarden oplegt. De industrielanden drongen aan op een drastische afbouw van de taksen op invoer waardoor het gemakkelijker en goedkoper werd om landbouwproducten internationaal te verhandelen. En terwijl het akkoord nieuwe overheidssteun aan de lokale landbouw verbood, zorgden de rijke landen er wel voor dat zij hun subsidies aan de landbouwsector konden behouden. Het resultaat was dat de dumping van goedkope, gesubsidieerde landbouwproducten uit het Noorden, de arme boeren uit het Zuiden uit de markt prijsde.

 

Photo: IFRC on Flickr (CC BY-NC-ND 2.0)

Meer uit dossier Voedselsoevereiniteit

11/04/12
Nooit eerder in de geschiedenis waren er meer mensen met honger dan in de laatste jaren. Hun aantal schommelt rond de 1 miljard.
11/04/12
Foto: IFRC on Flickr (CC BY-NC-ND 2.0) http://www.flickr.com/photos/ifrc/3099606131/
De laatste decennia is er veel veranderd in de manier waarop aan landbouw gedaan wordt.
11/04/12
Kort na de dekolonisatie, zo'n 50 jaar geleden, hadden de ontwikkelingslanden een handelsoverschot in landbouwproducten van zo'n 1 miljard dollar.
11/04/12
De laatste decennia is de hele voedselindustrie geconcentreerd bij enkele enorme multinationals.
11/04/12
Momenteel wordt slechts de helft van 's werelds graanproductie rechtstreeks aangewend voor menselijke consumptie. Enerzijds worden landbouwproducten meer en meer gebruikt voor dierenvoeding.
11/04/12
Speculatie met voedsel is niet echt een nieuw fenomeen. Grootgrondbezitters, handelaars en grote bedrijven kopen voedsel op na de oogst om het later terug op de markt te brengen.
11/04/12
De volksbeweging in Noord en Zuid schuift voedselsoevereiniteit naar voor als het antwoord op de chronische voedselcrisis.
7951 keer gelezen