06/03/13

Met Chavez verliest het recht op gezondheid een bondgenoot

De opeenvolgende regeringen van president Hugo Chavez pakten de sociale determinanten van armoede en gezondheid aan.

Hugo Chavez, president van Venezuela sinds 1999, is op 5 maart 2013 overleden. Zijn beleid liet toe dat Venezuela zich herpakte en de armoede in het land sterk daalde. De vooruitgang op het vlak van participatieve democratie was aanzienlijk. De sociale beweging, die zo ontstond, dient zijn werk verder te zetten om de sociale verworvenheden verder te ontwikkelen.

De Venezolaanse regering pakte de sociale determinanten van gezondheid aan

Sedert 1999 pakten de opeenvolgende regeringen van president Hugo Chavez de sociale determinanten van armoede en gezondheid (onderwijs, ongelijkheid, werkgelegenheid, gezondheidszorg, voedselveiligheid, enz.) aan door het verhogen van de sociale uitgaven tot 60,6% of in totaal 772 miljard dollar. Deze politiek heeft de ongelijkheid met 54% verminderd en de armoede teruggebracht van 70,8% in 1996 tot 21% in 2010 en de extreme armoede van 40% in 1996 tot 7,3% in 2010.

Onder Chavez heeft de Venezolaanse staat de inkomsten van de genationaliseerde oliemaatschappij PDVSA gebruikt om te investeren in infrastructuur en sociale diensten. Nieuwe belastingsinkomsten brachten de overheid, op tien jaar tijd, 251.694 miljoen dollar op, meer dan de jaarlijkse petroleuminkomsten). Een fiscaliteit die diende om de rijkdom te herverdelen.

De investeringen in het onderwijs werden opgeschroefd tot 6% van het BBP te bereiken. Onderwijs is gratis van de peutertuin tot de universiteit. In minder dan twee jaar werden anderhalf miljoen personen gealfabetiseerd. De werkloosheid daalde van 11,3% naar 7,7%; de sociale zekerheid biedt nu ondersteuning aan tweemaal zoveel personen; de openbare schuld werd afgebouwd van 20,7% naar 14,3% van het BNP. De economische groei bedraagt 4,3% per jaar. Via het programma ‘Barrio Adentro’ heeft Chavez, met de hulp van Cubaanse dokters, medische huizen geopend in de arme wijken van Caracas, op het platteland en in de achtergestelde gebieden van de Andes en de Amazone. Reeds in 2008 telde dit programma 2.738 consultatiecentra en 989 diagnostische centra, gecreëerd in 5 jaar. Op dertien jaar tijd heeft de regering 13.721 gezondheidscentra gebouwd. Eén van de belangrijkste elementen in al deze realisaties is de intense politieke deelname van 30.000 wijkcomités, gezondheidscomités en comités voor landhervorming, enz. waarin de bevolking haar eigen toekomst in handen kan nemen.

Een groeiende participatieve democratie

Voor rechts die de zogenaamde 'Bolivariaanse revolutie' altijd bekritiseerd heeft, was de grootste “zonde” van de president dat hij de bevolking terug centraal heeft gesteld en hen heeft bewust gemaakt van het feit dat ze hun lot zelf in handen kunnen nemen. Toen Chávez aan de macht kwam, was de bevolking niet erg georganiseerd. Er was geen sterke linkse politieke partij of sterke vakbonden. Het chavisme poogde de mensen aan de basis te organiseren.

In 2002 werd een wet goedgekeurd betreft huisvesting. Miljoenen families kregen de mogelijkheid om legale eigenaar te worden van hun huis en hun grond. Deze families moesten zich daarom organiseren in een Comité de Terrains Urbains (CTU), een soort wijkcomités. In 2006 waren er meer dan 5000 wijkcomités die 6 miljoen Venezolanen bijeenbrachten. Deze comités bepaalden de agenda en het beleid voor hun wijk inzake onderwijs, cultuur, sociale aangelegenheden. Er werden “misiones” in het leven geroepen door de mensen van de wijk voor de organisatie van onderwijs, gezondheid en voedsel.

Gemeenteraden werden opgericht in iedere wijk. De leden van deze wijkraden werden verkozen door de inwoners van de wijk. Het zijn namelijk de mensen van de wijk die het beste hun problemen kennen. Zo ontstond een echte solidariteit in de wijken om gezamenlijke problemen aan te pakken.

Op deze manier konden vaak gemarginaliseerde bevolkingsgroepen (jongeren, vrouwen en inheemse volkeren) eindelijk deelnemen aan besluitvormingsprocessen. Meer dan twee derde van de verantwoordelijken van de “misiones” zijn vrouwen, en ze spelen een heel belangrijke rol in deze lokale raden. De jongeren zijn heel actief bij manifestaties, maar bekleden evenzeer posten in de regering. De Venezolaanse regering heeft daarnaast in 2006 een wet, de “Ley Organica de los Pueblos y Comunidades Indígenas”, uitgevaardigd die de mogelijkheid geeft aan inheemse bevolkingsgroepen om actief hun rechten en hun collectieve manier van leven te verdedigen.

Ontstaan van een sociale beweging

Dankzij deze verworvenheden, is het chavisme een mobiliserende kracht geworden voor de massa's en is er een grote sociale beweging ontstaan in Venezuela. De partij van Chavez (de PSUV) is stilaan gegroeid tot de motor achter deze revolutie. Een motor die gedragen wordt door de inwoners van populaire wijken, arbeiders, landarbeiders, boeren, vertegenwoordigers van de inheemse gemeenschappen, studenten, intellectuelen, … Het zal belangrijk zijn dat deze sociale beweging, ook na het wegvallen van hun emblematische leider, blijft groeien en de sociale verworvenheden van de periode van Chávez kan verderzetten en uitbreiden.

 

Photo: Franklin Reyes/J.Rebelde sur Flickr CC BY 2.0

8069 keer gelezen