22/12/15

Naar een alternatief voor de WHO: de Bandungconferentie opnieuw bekeken

Sonny Africa, progressief econoom en directeur bij G3W-partner IBON in de Filipijnen, schreef een artikel over een 'alternatieve wereldhandelsorganisatie'. Een samenvatting.
We kunnen nog veel leren van de principes uit 1955.

Het artikel in vijf regels:

Er is een alternatief nodig voor de neoliberale Wereldhandelsorganisatie die net zijn 20ste verjaardag heeft gevierd. Deze WHO dient in de eerste plaats de belangen van de rijke, geïndustrialiseerde landen: ten koste van de meest kwetsbare bevolkingsgroepen. Voor onze zoektocht vinden we inspiratie in de Bandungconferentie. 29 landen uit Azië en Afrika spraken elkaar in 1955 in Indonesië: ze zochten onder meer economische, culturele en politieke samenwerking, maar dan zonder macht, onderdrukking en uitbuiting. We kunnen nog steeds veel leren van de principes uit 1955: respecteer elkaars soevereiniteit, werk aan een democratisch functionerende staat en zorg voor massabewegingen voor het voeren van de sociale strijd.


Uittreksel uit het artikel van Sonny Africa:

19 december 2015 / Het systeem waarmee we het huidige vervangen moet niet even hegemonistisch zijn, maar het moet op zijn minst de diversiteit van onze alternatieven respecteren. (originele versie).

De Wereldhandelsorganisatie (WHO) viert haar 20ste verjaardag en organiseerde onlangs haar tiende ministersconferentie in de Keniaanse hoofdstad Nairobi. De WHO heeft vorm gegeven aan het huidige internationale handels- en investeringsregime en heeft sinds haar ontstaan in 1995 de wereldeconomie en de levensomstandigheden van miljarden mensen in die zin beïnvloed. Er zijn binnen de WHO ongeziene multilaterale akkoorden gesloten. Ze kwamen vooral ten goede aan de industriële economieën en aan de grote bedrijven. Dit, ten koste van arme en kwetsbare bevolkingsgroepen in de hele wereld.

Het resultaat van het neoliberale vrijemarktbeleid is duidelijk: winst en rijkdom voor enkelen en onderontwikkeling voor de meerderheid van de mensen. De vraag naar een alternatief voor de WHO is 20 jaar na haar ontstaan dringender dan ooit. De wereldeconomie zit in een langdurige depressie en bevindt zich in de ergste crisis sinds een eeuw. Ondertussen kampt de meerderheid van de wereldbevolking nog steeds met armoede, honger, werkloosheid en maakt zij een ecologische catastrofe mee.

Het resultaat van deze tiende ministeriële conferentie was een uitgemaakte zaak: verdergaande liberalisering en een wereldeconomie die nog meer georganiseerd wordt naar het belang van het kapitaal, in plaats van welvaart voor het volk. Er is weinig kans dat de WHO van richting verandert en een instrument wordt voor de verbetering van mensenlevens en nationale economieën.

De WHO en haar akkoorden grijpen diep in, in de relaties tussen economieën, wat er gebeurt met de natuurlijke rijkdommen van landen en hun opbrengsten en hoe het hun bevolking vergaat; veranderingen die kwalijk zijn gebleken. Als het niet door de WHO zou zijn gekomen, waar zouden die veranderingen dan wel aan te wijten zijn?
 

1955: de Bandungconferentie

De Azië–Afrika-conferentie is gehouden van 18 tot 24 april 1955 in Bandung, Indonesië en wordt de Bandungconferentie genoemd. De 29 aanwezige landen vertegenwoordigen ongeveer 1,5 miljard mensen: de meerderheid van de toenmalige wereldbevolking.

De doelen van de conferentie staan helder verwoord in het slotcommuniqué: “De Azië-Afrika-conferentie besprak problemen van gemeenschappelijk belang en bezorgdheid voor Aziatische en Afrikaanse landen en bediscussieerde manieren en middelen waarmee hun volkeren een volwaardiger economische, culturele en politieke samenwerking kunnen bereiken.”

De Bandungconferentie toonde de agenda van het Zuiden: hervorming van de internationale verhoudingen tot een systeem dat niet bepaald zou worden door macht, onderdrukking en uitbuiting. Om te beginnen met de dekolonisatie van de derde wereld.

President Sukarno van Indonesië waarschuwde in zijn openingsrede voor een postkoloniaal, neokoloniaal tijdperk. “Denk bij kolonialisme niet alleen aan haar klassieke vorm die wij in Indonesië en die onze broeders in verschillende delen van Azië en Afrika kenden. Kolonialisme heeft ook een moderne gedaante, in de vorm van economische, intellectuele en zelfs fysieke controle van een natie door een kleine, maar vreemde gemeenschap. Kolonialisme is een behendige en vastberaden vijand, die optreedt in verschillende vermommingen, een die zijn buit niet gemakkelijk opgeeft.”

Deze situatie is decennia later nog altijd zichtbaar in het huidige neoliberale tijdperk van imperialistische globalisering. Na 60 jaar bestaat de zuid-zuidsolidariteit die in Bandung is verwezenlijkt nog steeds en ons begrip daarvan is nog steeds gestoeld op wat in 1955 tot stand is gebracht.

Maar de geschiedenis staat niet stil en na 60 jaar nationale en internationale strijd zijn er ervaringen en inzichten bijgekomen over alternatieve wegen naar een evenwichtige en zelfvoorzienende sociaaleconomische ontwikkeling. De basis van Bandung in 1955 en de 60 jaar ervaring nadien kunnen helpen in de zoektocht naar dat ongrijpbare alternatieve handels- en investeringsregime van de WHO. Drie elementen met praktische betekenis moeten er uitgelicht worden: de idealen en principes van Bandung, de rol van de staat en de behoefte aan massabewegingen.

 

De idealen en principes van Bandung

De idealen en principes van de conferentie zijn tot op de dag van vandaag zo belangrijk omdat ze zeldzaam en ongerealiseerd zijn gebleven. Het slotcommuniqué bevatte een verklaring ter bevordering van wereldvrede en samenwerking: vaak de “Dasa Sila-principes” genoemd.

  1. Respect voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van alle naties.
  2. Erkenning van de gelijkheid tussen alle rassen en alle naties, groot of klein
  3. Afzien van alle interventies en interferenties in de binnenlandse zaken van een ander land.
  4. Respect voor het recht van elke natie om zich te verdedigen, alleen of collectief, conform het Charter van de Verenigde Naties.
  5. Afzien van dreiging met en gebruik van agressie of geweld tegen de territoriale integriteit of politieke onafhankelijkheid van eender welk land.
  6. Regeling van alle internationale disputen op een vreedzame wijze: zoals onderhandeling, verzoening, arbitrage of gerechtelijke schikking of andere vreedzame manieren, naar keuze van de partijen zelf, conform het Charter van de Verenigde Naties.
  7. Bevordering van gemeenschappelijke belangen en samenwerking.
  8. Respect voor recht en internationale plichten.

De visie van de deelnemers aan de conferentie is net zo in ondubbelzinnige bewoordingen aangegeven: economische ontwikkeling, einde aan kolonialisme in al zijn vormen, een einde aan onderwerping, dominantie en uitbuiting. Dit moest bereikt worden door grotere zuid-zuidsolidariteit op basis van gemeenschappelijke belangen, respect, gelijkheid en samenwerking. Bandung stelde een set van principes op voor interstatelijk engagement als oprecht alternatief voor machtspolitiek, onderdrukking en uitbuiting door kolonialisme en imperialisme.

Democratie

De staat vervult een belangrijke rol in de nationale ontwikkeling en aandacht voor de welvaart van het volk. Hoewel te vaak wordt gehandeld in het belang van enkelen, is het ondanks alles een realiteit die je niet kunt wegdenken. De staat is een machtig mechanisme om een samenleving te organiseren en wordt reeds gebruikt om de economie te organiseren ten voordele van buiten- en binnenlandse elites. Maar sinds zijn bestaan is de uitdaging niet enkel geweest om de staat te ondermijnen, maar ook om hem te gebruiken. Want anders zal de staat tegen ons gebruikt worden door hen die profiteren van de natuurlijke rijkdommen en van de arbeid van het volk.

Er is een democratische overheid nodig om ervoor te zorgen dat de natuurlijke en menselijke rijkdom van een land gebruikt worden voor nationale ontwikkeling en welvaart van zijn volk. Het is essentieel om rekening te houden met de huidige context. Drie decennia van imperialisme onder leiding van de Verenigde Staten door middel van IMF-stabiliseringsprogramma’s, structurele aanpassingen van de Wereldbank, akkoorden in de WHO, vrijhandelsakkoorden, druk vanuit de G7 en een breed gamma aan nationale maatregelen hebben het monopolie van het kapitalisme verder verdiept.

De economische, politieke, ideologische, culturele en legale instrumenten en mechanismen van het neokolonialisme zitten diepgeworteld en zijn zelfs uitgebreid. De staat zal een machtig mechanisme blijven voor het verwerpen van het neoliberalisme en om te kunnen omgaan met tegenbewegingen van buitenlands kapitaal.

De staat kan bovendien gebruikt worden om mensen in groten getale te mobiliseren voor een meer oprecht democratisch beleid en voor nationale ontwikkeling, volgens de lijnen van internationale solidariteit.

Massabewegingen van boeren, arbeiders, inheemse volkeren en anderen zijn de meest geconcentreerde uitdrukking en stellingname van de soevereiniteit van een volk. Ze zijn dan ook de belangrijkste hefbomen om meer aandacht te verwerven voor sociale rechtvaardigheid en voor radicale hervormingen. Massabewegingen zijn het startpunt om te bouwen aan een alternatief en hervormend investeringsregime en aan internationale handel in het belang van de bevolking.

 

Strijd en alternatieven

De Bandungconferentie en de decennia nadien bieden solide fundamenten voor onze strijd van vandaag. De conferentie stond in voor zuidelijke solidariteit tegen kolonialisme, dominantie en uitbuiting en in de geest tegen neokolonialisme. Ze verenigde landen om te vechten voor nationale onafhankelijkheid, om wereldvrede te verdedigen en om vriendschappelijke relaties te bevorderen tussen landen in het Zuiden.

De afgelopen decennia hebben evenwel ook de rol van de staat bevestigd en het belang van massabewegingen onderstreept. Vandaag streven we naar een gemeenschappelijke basis tegen imperialisme en buitenlands kapitalisme, terwijl we onze verschillen proberen op te lossen tegenover onze gemeenschappelijke vijand. We versterken de kracht van het volk zodat de samenleving het belang van het volk boven alles handhaaft.

In deze context is de meest dringende taak om op internationaal niveau verzet te plegen tegen en te werken aan het ontmantelen van het systeem dat buitenlands kapitalisme opdringt aan het volk. Als we spreken over een neoliberaal handels- en investeringsregime, dan moet het systeem waarmee we dit vervangen niet even hegemonistisch zijn. Het moet op zijn minst respect hebben voor de verscheidenheid van onze alternatieven. Het niet zozeer één specifiek economisch en politiek systeem, maar eerder een democratisch systeem dat mensen en landen laat kiezen.

De Bandungconferentie van 1955 is in geen geval een ‘model’ maar het is een zeer productief startpunt. Bandung was een concrete gebeurtenis waar we op kunnen voortbouwen. Het feit dat ze heeft plaatsgevonden en staat voor waardevolle idealen en deze vervolgens in de praktijk heeft omgezet, betekent heel veel. De zes decennia die volgden hebben een rijke voorraad aan ervaring in strijd en alternatieven opgeleverd die we kunnen gebruiken om de betekenis van Bandung te verrijken en die het ons mogelijk maken ermee door te gaan. De liberalisering van vandaag van internationale economische akkoorden en regionale integratieafspraken dienen niet de belangen van de armsten, noch van echte nationale ontwikkeling.

7414 keer gelezen