30/11/10

Ontwikkelingssamenwerking: goed bezig?

Enkele kritische bedenkingen van Francine Mestrum

Volgende week, op 6 en 7 december, worden in Brussel de ‘ontwikkelingsdagen’ gehouden, afgelopen maand kwamen duizenden vrijwilligers van 11.11.11 de straat op om geld in te zamelen voor de boeren van Midden-Afrika. Een dergelijke mobilisatie is uniek en toont aan dat er nog steeds een groot potentieel voor solidariteit bestaat. Maar zijn we wel echt goed bezig?

Volgende week, op 6 en 7 december, worden in Brussel de ‘ontwikkelingsdagen’ gehouden, een evenement waarop de beau monde van de ontwikkelingssamenwerking aanwezig is.

Afgelopen maand kwamen duizenden vrijwilligers van 11.11.11 de straat op voor de grootste geldinzameling voor de derde wereld. Er werd gezongen, gedanst en gebruncht in de hoop dat dit de boeren van Midden-Afrika kan helpen.

Uit het antwoord op een parlementaire vraag van Wouter De Vriendt aan Minister Reynders kan worden afgeleid dat ongeveer één vijfde van Belgiës ontwikkelingshulp ‘oneigenlijke hulp’ is: schuldkwijtscheldingen, opvang van asielzoekers, buitenlandse studenten, enz.

Wat kunnen we hieruit afleiden?

Ten eerste, dat ‘ontwikkeling’ nog steeds hoog op de agenda staat, veel mooie discours oplevert, veel mensen op de been brengt, maar steeds minder concreet echt voor ontwikkeling bedoeld is.

Ten tweede, dat wie het programma bekijkt van de ontwikkelingsdagen onder de indruk komt van al die belangrijke mensen. Er staan ook enkele vertegenwoordigers van grote ngo’s bij de sprekers, maar nauwelijks mensen die zullen afwijken van het officiële 'we-zijn-goed-bezig-ontwikkelingsverhaal'.

Ten derde, dat wie even nadenkt over de belangeloze inzet van zoveel jonge mensen, niet anders kan dan respect en bewondering tonen. Een dergelijke mobilisatie is uniek en toont aan dat er in dit land nog steeds een groot potentieel voor solidariteit bestaat. Toch moeten we ons tegelijk afvragen of dit echt kan helpen in het licht van de grote structurele problemen waar Afrika en met name de landbouwsector mee te kampen heeft.

De EU is misnoegd omdat de Afrikaanse landen geen pap lusten van de aangeboden ‘economische partnerschapsakkoorden’. ‘Als we tot wederzijds voordelige akkoorden moeten komen, dan moet Europa ook eens luisteren. Wij smeken om wat soepelheid en humanisme’, aldus de Gabonese minister Bunduku. De EU is al zeven jaar aan het onderhandelen over deze akkoorden, maar de Afrikaanse landen zijn bang dat ze hen te duur zullen uitvallen wanneer de inkomsten uit invoerrechten wegvallen.

De EU vindt ook dat het bedrijfsleven een grotere rol moet gaan spelen in het ontwikkelingswerk, net zoals ook al herhaaldelijk in documenten van de VN te lezen staat. Daar kan uiteraard geen enkel bezwaar tegen bestaan als ondernemingen inderdaad nuttige activiteiten gaan uitoefenen, lokale belastingen betalen, sociale rechten en milieunormen respecteren. En als het kan ook een deel van hun winst in het land zelf herinvesteren. Over dergelijke voorwaarden wordt nergens iets gezegd.

Mensen helpen of structuren veranderen?

De vraag is eigenlijk misplaatst, want het is duidelijk dat structuren uiteindelijk de mensen ten goede moeten komen. Structuren veranderen zonder aan de mensen te denken, heeft weinig zin. Maar ook mensen helpen en de structuren ongemoeid laten, levert niets op.

Ik denk dus inderdaad dat de brunch en de zang van de vele goedbedoelende mensen de boeren niet echt zullen helpen in Afrika. De vele structurele problemen, het opkopen van de landbouwgronden door andere landen uit het Zuiden, de opkomst van de agrobrandstoffen, de monopolisering van het zaaigoed, het gebrek aan moderne technologie, de dwang om voor de export te produceren, het gebrek aan investeringen in de boerenlandbouw… Hoeveel vrijwilligers zullen het uitleggen? Wel worden ze opgeroepen om een ‘grote open brief ‘ te schrijven en daarvoor ‘letters’ te bezorgen.

Het is een trieste realiteit dat het structurele verhaal meer en meer binnenskamers wordt gehouden. Men wil ‘de boeren helpen’ en ‘de armoede bestrijden’. En vreemd genoeg zijn het juist diegenen die luid roepen dat armoede geen inkomensprobleem is, die het meest aan de bedeltocht gehecht zijn. Ze zetten aan tot liefdadigheid.

Toch is dat structurele verhaal van essentieel belang als men de sector in leven wil houden. De Noord-Zuidbeweging moet niet enkel een beweging zijn om mensen te mobiliseren, maar moet ook berusten op kennisopbouw en kennisverspreiding. Want mensen die denken dat men ‘de armoede bestrijdt’ en dan zien dat die armoede niet vermindert of verdwijnt, zullen gauw de moed verliezen.

En de armoede kan niet verdwijnen of verminderen met het huidige beleid. Er is te veel ‘omgekeerde ontwikkelingshulp’, er stroomt minstens tien keer meer geld van het Zuiden naar Het Noorden dan omgekeerd. Dat is geen moeilijke boodschap en mensen kunnen goed begrijpen waarom de schuldenlast moet kwijtgescholden worden, waarom er een eind moet komen aan de kapitaalvlucht en de fiscale paradijzen, en hoe een mondiaal belastingsysteem kan helpen om de ontwikkelingssamenwerking te redden.

Het kan niet blijven duren …

Hoe lang ontwikkelingshulp nog zal bestaan is moeilijk te zeggen. Maar alles wijst er op dat het momenteel een uitdovend scenario is. Officieel wordt de economische ontwikkeling overgelaten aan de markt en wordt de armoedebestrijding meer en meer een kwestie van filantropie en liefdadigheid. De grenzen tussen ‘ontwikkeling’ en ‘militaire samenwerking’ vervagen. De strijd tegen het terrorisme, tegen de piraterij en tegen de mensenhandel worden in het officiële discours alsmaar belangrijker.

Vandaar dat ook de Noord-Zuidbeweging zich meer en meer zou moeten toespitsen op wat er echt toe doet. Er zijn zoveel taken die ngo’s en hun vrijwilligers op zich kunnen nemen in een poging om de koppeling te maken tussen structurele veranderingen en mensen helpen. In mijn boek geef ik tal van voorbeelden.

In een artikel in het Nederlandse tijdschrift ‘Internationale Samenwerking’ spreekt René Cuperus over ‘de opstand van het populisme tegen de globalisering’, een opstand die zich wraakzuchtig keert tegen kunstsubsidies en ontwikkelingssamenwerking, de moreel-paternalistische ‘spiegeltjes en kraaltjes’ van weldenkend progressief Nederland. En Cuperus zegt daarover: ‘de naar binnen gekeerde sector van de ontwikkelingssamenwerking heeft dit voor een deel ook over zichzelf afgeroepen’. Door niet moedig genoeg zelfkritiek en zelfreflectie te bedrijven. Uit angst om het draagvlak aan te tasten. Er is vandaag een nieuw verhaal nodig, want een simpele oproep tot internationale solidariteit is niet genoeg. Er is een nieuwe politisering en nieuwe beweging nodig. ‘Weer terug op de barricaden!’ Ik ben het volledig met hem eens.

3849 keer gelezen