02/11/11

Peru – Goudkoorts bedreigt en schendt mensenrechten

Goud is een zeldzaam en kostbaar metaal, beschouwd als een symbool van rijkdom, macht en status. Maar ditzelfde edelmetaal vertegenwoordigt ook - en dit al eeuwenlang - slavenarbeid, milieuschade, verarming en dood.

Reeds decennia geleden hebben de machthebbers in Latijns-Amerika de neoliberale kaart getrokken en hebben zij hun economieën geliberaliseerd. Daarmee maakten zij hun economie uiterst kwetsbaar en zadelden ze zichzelf op met een enorme openbare schuld die vanaf de jaren 1980 terugbetaald diende te worden.

De liberalisering van de markten, de vermindering van de rol van de staat, een economie die zich focust op export en de privatisering van de openbare diensten, werden opgelegd door een beleid van ‘structurele’ aanpassing, dat op zijn beurt voortkwam uit bindende directieven van het IMF en de Wereldbank. Dit alles creëerde een uitermate geschikt klimaat voor de activiteiten van buitenlandse multinationals.

Daardoor is Latijns-Amerika momenteel de regio waar de mijnsector de hoogste groei kent. Volgens de ECLAC (Economische Commissie voor Latijns-Amerika en de Caraïben), gaat maar liefst 24 % van alle mondiale investeringen in de mijnsector (2007) naar de exploitatie van Latijns-Amerikaanse mijnen. Die investeringen vertegenwoordigen een bedrag van 2,5 miljard dollar. Het continent is een van de grootste goudproducenten geworden, met op kop Peru, Chili, Brazilië en Mexico.

Daarentegen hebben maar weinig van deze landen een duurzaam en wettig kader uitgebouwd waarbinnen de sociale, ecologische en economische aspecten van deze rijke sector geregeld zouden worden. Teneinde buitenlandse investeringen aan te trekken heeft men wel een omgeving van kapitaalszekerheid gecreëerd, gepaard gaande met andere voordelige maatregelen, zoals flexibele en goedkope arbeid, fiscale vrijstellingen en belastingvermindering. Dit heeft dan wel tot substantiële winsten geleid voor ondernemingen, de lokale bevolking plukt hier echter niet de vruchten van.

De zwakke regeringsstructuren, samen met een gebrek aan middelen en politieke wil, hebben verhinderd dat de activiteiten binnen deze industrie worden gecontroleerd, dat de impact ervan wordt onderzocht of dat er maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat de situatie compleet uit de hand zou lopen.
Zelfs al hebben sommige landen (Venezuela, Bolivia, Paraguay,Brazilië, Ecuador, enz.) geprobeerd hun soevereiniteit te laten gelden ten aanzien van de mijnindustrie, toch hebben hun inspanningen er tot op heden niet toe geleid dat de activiteiten van de multinationals beter gecontroleerd zouden worden. Het ontwikkelingsmodel dat gebaseerd is op de export van natuurlijke rijkdommen gaat ten koste van het milieu, sociale rechtvaardigheid en mensenrechten.

De toestand in Peru

Peru is een land rijk aan metalen en is wereldwijd de grootste exporteur van zilver, de tweede grootste uitvoerder van koper en zink en de zesde grootste exporteur van goud. In 2010 kreeg Peru maar liefst 9.638 concessieaanvragen in de mijnsector, d.i. een stijging van 84 % t.o.v. 2009. Een dergelijke mijnconcessie geeft het recht alle natuurlijke rijkdommen te onderzoeken en te exploiteren, voor zover ze zich in de ondergrond van de overeenkomstige concessiezone bevinden. Tevens wordt de concessiehouder onmiddellijk eigenaar van alles wat zich in de mijn bevindt. De geëxtraheerde mineralen zijn dus meteen eigendom van de titularis van het gebied in concessie. In 2010 hebben de investeringen in de Peruviaanse mijnsector ca. 3,4 miljard dollar bereikt, terwijl de goudproductie 164 ton bedroeg, zo’n 60 % van alle export.
Ondanks deze immense rijkdom heeft het land een armoede-indicator van 31,3 %. In de landelijke Andes-zone (waar het gros van de mijnbouw plaatsvindt) wordt zelfs 61,2 % van de bevolking getroffen door armoede.

Gebrek aan enige coherentie met duurzame ontwikkeling

De vernieling van de omgeving en de sociaaleconomische malaise die de huidige mijnindustrie met zich meebrengt, berokkenen ernstige schade aan de gebieden in kwestie en aan de lokale bevolking. Voor deze bevolking, die al aanzienlijke arm en kwetsbaar is, zijn de natuurlijke middelen (i.c. water, fauna, flora) van essentieel belang voor haar overleving. De beschadiging van deze bronnen die veroorzaakt wordt door de explosieve ontwikkeling van de mijnindustrie heeft een sterk sociaal protest met zich meegebracht. Meestal worden deze sociale conflicten in de hand gewerkt door de afwezigheid van consultatiemechanismen, waarbij de lokale bevolking – meestal inheemse volkeren – hun standpunten zou kunnen verwoorden en een invloed zou kunnen hebben op de besluitvorming. De gevallen waarbij zulke consultatiemechanismen hebben kunnen bijdragen tot een vreedzame verstandhouding inzake lokale en regionale ontwikkeling, zijn echter zeldzaam.

Gevolgen voor het milieu

Ongeveer 60 % van de mijnexploitatie ter wereld gebeurt in ‘open mijnen’ (i.t.t. ondergrondse mijnen). Hierdoor wordt de exploitatieschaal vergroot en de productiecapaciteit op de mijnsites verhoogd. Deze methode wordt gebruikt wanneer de afzettingen van het erts zich vlak onder het grondoppervlak bevinden, in de vorm van verspreide kleine deeltjes – zoals het geval is in Peru, waar de goudklompjes en –aders steeds zeldzamer worden. Deze manier van ‘graven aan de oppervlakte’ wordt kracht bijgezet door het dynamiteren van het grondoppervlak, wat dan weer toelaat verschillende grondlagen ineens weg te halen. Die grond wordt op zijn beurt weer getransporteerd om er het overgebleven goud uit te extraheren met behulp van verschillende mechanische of chemische procedures.

Maar afgezien van het feit dat het gebruik van dynamiet een economisch veel voordeligere methode is dan ondergrondse exploitatie, produceren deze ‘open mijnen’ 8 tot 10 keer meer afval en overschotten. Bovendien veroorzaakt deze methode permanente schade van het ontgonnen gebied, waardoor het onbruikbaar wordt na het stopzetten van de exploitatie.

Door het dynamiteren en de aanwezigheid van het vele stof op de mijnsites, neemt ook de luchtkwaliteit af. Bovendien worden eveneens de kwaliteit en de kwantiteit van het oppervlaktewater aangetast, net zoals de ondergrondse waterbekkens. Bij de extractie en separatie van rotsertsen is er dan nog eens immens veel water nodig waardoor de aanvoer van water voor de aangrenzende gemeenschappen sterk wordt verminderd.

Tenslotte kunnen we stellen dat de goudexploitatie niet bepaald een activiteit is die we als duurzaam zouden kunnen bestempelen. Zij bestaat immers uit de extractie van een geologisch, niet-hernieuwbare grondstof, binnen een beperkt tijdsverloop. Anderzijds, betreft het ook een activiteit die een economisch destabiliserende impact heeft op kwetsbare bevolkingsgroepen. En, last but certainly not least, mogen we niet vergeten dat de goudwinning een sterk negatief effect heeft op het milieu en op de menselijke gezondheid.

Intal lanceert een campagne tegen het Vrijhandelsakkoord tussen de Europese Gemeenschap, en Colombia en Peru. Om meer te weten en om mee te doen aan de actie, klik hier. Teken de petitie online.

(Bron: Brennpunnkt Drëtte Welt, het maandblad van ASTM-Luxemburg, met toestemming.)

 

Photo by volante on Flickr, CC BY-2.0

 

8160 keer gelezen