11/06/12

President Humala maakt bocht van 180°

Het volk dat de eerste linkse president van Peru aan de macht bracht in juli vorig jaar, ziet de autoritaire traditie opnieuw opduiken.

Het volk dat de eerste linkse president van Peru aan de macht bracht in juli vorig jaar, ziet de autoritaire traditie opnieuw opduiken. Huidige sociale bewegingen worden hard onderdrukt, zo blijkt uit de gebeurtenissen rond het omstreden grootschalige mijnbouw project Conga.

« Conga no va ! »

“Conga no va!” - Conga komt er niet door - op de cadans van deze slogan groeit het sociaal protest in Peruaanse Andes. Het begon toen het project Minas Conga, een uitbreiding van Yanacocha, in oktober 2010 groen licht kreeg van het ministerie van energie en mijnbouw, toen nog onder president Alan García. In juli 2011 maakt Newmont Mining, de hoofdaandeelhouder van Yanacocha, bekend dat de financiering rond is. Sindsdien volgen de protestacties elkaar in snel tempo op. Het Conga-project is het eerste grote milieuconflict waarmee de regering van Humala te maken krijgt.

Maar de regering, die verkozen werd door links en de arme bevolking van de Andes, kiest nu de kant van de multinationals tegen de belangen in van de plaatselijke bevolking! In zijn verkiezingscampagne had Ollanta Humala nochtans beloofd dat hij een eerlijke verdeling van de mijnopbrengsten wou, een strengere milieuwetgeving en meer sociale investeringen. Daar komt niets van in huis. De met veel omhaal aangekondigde “Grote Transformatie van het Land”, komt er niet.

De grote ommezwaai

Al heel snel maakte Ollanta Humala een politieke bocht. Na het ontslag van eerste minister Lerner in december 2011, legde ex-militair Oscar Valdes de eed af… om de confrontatie aan te gaan met de ontluikende sociale protesten. De nieuwe premier kreeg direct de steun van rechts, met name van de pas verslagen presidentskandidaat Keiko Fujimori, dochter van de gelijknamige ex-dictator. Linkse ministers werden vervangen en Humala kreeg de steun van de elite die de touwtjes in handen hebben in de financiële sector en de mijnsector. Ook de militaristische en neoliberale contreien die hem vroeger verafschuwden, uiten hun steun aan Humala.

Met een kapitaal van 4 miljard dollar is het Conga-project de belangrijkste mijnbouwinvestering ooit in het land. Het gaat om een uitbreiding van de Yanacocha-mijn, de grootste goudmijn van Latijns-Amerika. Lima stelt dat Conga noodzakelijk is voor de verdere economische groei van Peru, maar in Cajamarca, in het Noorden van Peru, denken ze daar anders over: 78% van de bevolking is er afhankelijk van de landbouw en de veeteelt. Water is voor hen van het grootste belang. De vernietiging van vier bergmeren door het project staat dan ook centraal in het protest, dat gesteund wordt door de regionale overheid. 

Gewelddadige repressie van sociaal protest

Een algemene staking van onbepaalde duur die op 31 mei in de regio van Cajamarca begon, dijnde uit naar de meeste andere regio’s. De manifestanten eisen dat het Conga-project wordt stopgezet. Met de algemene staking en de wegblokkades nam ook de politierepressie in Cajamarca toe. Vreedzame manifestaties werden met geweld onderdrukt. Er vielen meerdere gewonden en er lopen juridische vervolgingen tegen minstens 41 personen. Omdat de gouverneur zelf tot het protest had opgeroepen wordt ook hij nu juridisch vervolgd. Diegenen die hem nu voor het gerecht willen brengen, vergeten dat ook Ollanta Humala in 2005 opriep tot opstand tegen de regering van een van zijn voorgangers, Alejandro Toledo.

Het goede nieuws is dat links, dat Humala in 2011 nog aan de verkiezingsoverwinning hielp, zich op 21 mei groepeerde in een links verkiezingsfront onder de naam “Movimiento de Afirmacion Social” (MAS) (beweging van sociale bevestiging).

1800 kilometer verder, zelfde realiteit

1800 kilometer zuidwaarts van Cajamarca, werd de burgemeester van de stad Espinar, in de provincie Cusco, aangehouden. Oscar Mollohuanca, was een van de organisatoren van de manifestatie eind mei tegen de ontginning van de Mina Tintaya. De rechter veroordeelde hem tot vijf maanden gevangenisstraf. In het conflict in Espinar zijn al vier doden gevallen. De mijn van Tintaya, die sinds 1997 wordt uitgebaat, vervuilt de rivieren in de regio. Ngo’s vonden een hoge concentratie van lood, koper, arsenicum en cadmium in het water. Dat veroorzaakt grote sterfte onder de kuddes in de streek. En er werden al misvormde baby’s geboren. De stad Espinar, waar in juni 2011 nog 76 % van de kiezers voor Humala stemde - het nationale gemiddelde was 52% - beseft nu dat de president hen met valse beloftes bedot heeft.

En dus een vrijhandelsakkoord ...

De EU is de tweede belangrijkste handelspartner van de Comunidad Andina (CAN 1). 45 % van de export van de CAN naar Europa bestaat uit brandstoffen en mijnbouwproducten. De mijnbouwindustrie is goed voor 60% van de export van het land. Ze speelde een belangrijke rol in de recente economische groei van Peru. Maar van die groei merken de mensen die dag in dag uit werken om te overleven niets. In 2012 stemt het Europees Parlement over een vrijhandelsakkoord tussen de EU en Peru. Om daarover te discussiëren met Herman Van Rompuy kwam Ollanta Humala deze week naar Brussel. De stopzetting van de repressie stond niet op de agenda.

Intal maakte van de gelegenheid gebruik om op 12 juni op het Schumanplein, in samenwerking met de vzw’s Catapa, El Andino en Quinoa, een solidariteitsactie te organiseren met de mijnprotesten in Conga en tegen het vrijhandelsakkoord.

 

1. CAN: Venezuela, Colombia, Peru, Ecuador, Bolivia

in samenwerking met H. Gautresona

Lees ook het persdossier over Conga van CATAPA, in bijlage.

Photo by Ricardo Velazco on Flickr, CC BY-NC-SA 2.0

7487 keer gelezen