24/12/18

Verkiezingen in Congo: burgerschap moet van onderuit komen

De presidentsverkiezingen in de Democratische Republiek Congo werden voorzien voor 23 december maar werden in extremis met een week uitgesteld. Wat de resultaten zullen zijn valt af te wachten maar het hele proces heeft in elk geval de samenleving gepolitiseerd en biedt kansen op verdere democratisering van onderuit.

Uitstel is (hopelijk) geen afstel

Op drie dagen voor de geplande datum werden de verkiezingen uitgesteld tot 30 december. Corneille Nangaa, voorzitter van de verkiezingscommissie (CENI), rechtvaardigt het uitstel met technische redenen. Twee weken geleden brak een brand uit in de centrale opslagplaats van de CENI in Kinshasa. Ongeveer 8000 stemmachines en stembiljetten voor 19 gemeenten gingen verloren. De nieuwe stembiljetten moesten overgevlogen worden vanuit Zuid-Korea, maar zouden spijtig genoeg pas de avond voor de verkiezingsdag aankomen. Te laat om ze nog in de stembureaus te krijgen. Vandaar dus het uitstel. Congo houdt de adem in, want uitstel mag niet leiden tot afstel.

Dat de verkiezingen leven is niet te ontkennen. In totaal zijn er 21 presidentskandidaten en 3 grote platformen, die ongeveer 77 groeperingen verenigden, op hun beurt samengesteld uit ongeveer 600 politieke partijen die zich in de verkiezingsstrijd gooiden.

Je kan in het dagelijks leven niet naast de enorme hoeveelheid affiches, borden en flyers kijken van de in totaal 34.000 kandidaten voor de provinciale parlementen en het nationale parlement en de 21 presidentskandidaten. De Congolese pers berichtte de voorbije maand dagelijks, dikwijls live, over de meetings van de belangrijkste presidentskandidaten in heel het land. De stemmachines, het campagnemateriaal en de meetings werden in moeilijke omstandigheden tot in de uithoeken van het land gebracht. Hoofdzakelijk stellen we twee reacties vast. Of mensen tonen misprijzen voor de materiële omstandigheden van Congo en hebben minachting voor de logistieke organisatie van het kiesproces. Of er is een trots op de weerstand en de wil om kost wat kost verkiezingen georganiseerd te krijgen.

Na het uitstel van de verkiezingen, was er in eerste instantie veel woede. Er waren rellen aan de universiteit van Kinshsa, waar studenten zich uitspraken tegen het huidig regime en onmiddellijke verkiezingen eisten. Op 23 december, de oorspronkelijk voorziene verkiezingsdag is het echter opvallend kalm.

Zowel LAMUKA als CACH protesteerden tegen het uitstel en spraken opnieuw over poging tot machtsbehoud. Maar toch riepen ze alle twee op om op 30 december te gaan stemmen. Stilte voor de storm? Het land gonst van de geruchten: over de oorzaak van de brand in de opslagplaats van de CENI, over de fraude die zou gepleegd worden, over de opstand die mogelijks zou uitbreken als de regeringskandidaat zou winnen.

Het laatste nieuws van de CENI is dat het accreditatieproces is afgesloten. Een titanenwerk als we de cijfers op een rijtje plaatsen. (1) Er zouden 700 000 getuigen en 270 000 internationale en nationale observatoren werden geregistreerd. (2) Ongeveer 1575 journalisten, waarvan 84 internationale journalisten kregen het recht om de verkiezingen te filmen. Dit is een eerste positief teken sinds het aangekondigd uitstel.

Drie belangrijke presidentskandidaten

Ondanks dat het moeilijk blijft om het bos tussen de electorale bomen te ontwaren, kan je drie kampen onderscheiden in deze kiescampagne. Er is het kamp van presidentskandidaat Fayulu, geruggensteund door het platform LAMUKA, wat zowel in het Lingala als in het Swahili wil zeggen “Wordt wakker!”. Fayulu is de meest radicale oppositiekandidaat die tot over een week opriep om niet te stemmen met de befaamde stemmachine en de dag van de verkiezingen in de stembureaus papieren stembulletins te eisen. Hij profileert zich als de meest radicale tegenstander van het regeringskamp. Zijn uitspraken suggereren vaak iets tussen boycot en opstand.

Het populisme van Fayulu werkt echter verwarrend. Kiezers weten niet altijd evengoed of ze het met of zonder de stemmachine moeten doen. Fayulu is ook een uitgesproken pro-Westerse kandidaat. Hij werkte als kader voor de Amerikaanse petroleummaatschappij Exxon. En hij heeft vanuit Brussel de steun van de steenrijke opposanten Bemba en Katumbi, die niet konden deelnemen aan de presidentsrace door juridische besognes.

Het tweede grote platform “Cap pour le Changement” of afgekort CACH verenigt twee belangrijke oppositiepartijen. De UDPS van Felix Tshisekedi, zoon van de overleden Etienne Tshisekedi, en het UNC van Vital Kamerhe. Dit kamp schaart zich achter Felix Thsisekedi als presidentskandidaat. CACH surft net als LAMUKA op de onvrede met de huidige regering van president Kabila die leeft onder de bevolking. Tshisekedi en Kamerhe stelden zich gematigder op dan Fayulu. Zij verklaarden zich wel akkoord met het kiesproces en het gebruik van de stemmachine, mits aanwezigheid van getuigen die het kiesproces controleren om elke poging tot fraude tegen te gaan.

Tot slot, het kamp van de regeringsgezinde kandidaten is verenigd in het Front Commun pour le Congo, afgekort het FCC en schuift Shadary Ramazani naar voor als presidentskandidaat. Het Front verenigt een groot deel van de linkse patriottische stromingen en is de grootste politieke formatie: twee derden van alle kandidaten voor parlement en provincieraden zijn lid van het FCC.

Op sommige plaatsen ontaardde de campagne tussen de presidentskandidaten in geweld. In Lubumbashi werden de supporters van oppositiekandidaat Fayulu uiteengejaagd en zouden er volgens de oppositie doden zijn gevallen, wat de regering bij hoog en bij laag ontkent. In Beni werd de meeting van oppositiekandidaat Tshisekedi verstoord door supporters van de andere oppositiekandidaat Fayulu. En in Tshikapa maakten supporters van de oppositie het onmogelijk voor Ramazani Shadary, de kandidaat van het kamp van de regering, om te landen zodat hij verplicht was om enkele dagen later terug te komen. Maar toch zetten zowel oppositie als meerderheid hun dagelijkse campagne verder tot 21 december 2018, de laatste dag van de campagne.

Verkiezingen als middel voor verandering

Vele Congolezen zijn niet te spreken over de politieke klasse in haar geheel. Voor hen zijn ze er allemaal op uit om zichzelf te verrijken en gebruiken ze daarbij de verkiezingen als een middel. Kiezers verwachten vanuit deze optiek materiële gunsten voor hun stem. In de electorale campagnes vertaalt zich dat in t-shirts, drank en/of geld voor transport. Dit principe geldt voor alle kandidaten.

Toch zijn er ook politieke nuances. De aanhangers van het FCC van Shadary-stemmers spreken over het bewaren van de continuïteit en over pragmatisme.

De oppositiestem speelt in op de sociale achteruitgang en wil een volledige breuk met het huidige regime. Een deel van hen verwacht alle heil van het Westen. De meest terugkomende redenering is immers dat het Westen welvarend is, en dus ook wel welvaart zal kunnen brengen.

Wat iedereen verenigt is de drang naar verandering. Mensen hebben genoeg van oorlogen, rebellieën, economische catastrofe. Iedereen wil vooruit. Het engagement voor de verkiezingen is vanzelfsprekend. Veel kandidaten voor het nationale parlement keerden terug naar hun geboortedorp om campagne te voeren, zelfs al werden nauwelijks middelen vrijgesteld binnen hun partijen.

Op terrein zie je vier verschillende methodes in de electorale campagnes terugkomen: visuele aanwezigheid van kandidaten met een overvloed aan affiches, borden en flyers, de lokale deur-aan-deur-campagnes en kleine volksvergaderingen, de virtuele campagnes via sociale media en tenslotte de massameetings. De drie kampen, CACH, LAMUKA en het FCC gebruiken alle methodes, maar leggen andere klemtonen. Waar CACH en LAMUKA eerder inzetten op grootschalige meetings en sociale media, zet het FCC veeleer in op aanwezigheid op het terrein met deur-aan-deur-campagnes.  Een groot deel van de Congolese bevolking heeft immers geen toegang tot internet.

De basis van de samenleving

Na 17 jaar presidentschap van Joseph Kabila is de economische situatie onvoldoende verbeterd. Een middenklasse is er nauwelijks aangezien er te weinig werk is. Het gebrek aan werk en inkomen maakt dat de meerderheid van de Congolezen in uitzichtloze armoede leven. De eerste werkgever van het land is nog steeds de staat. De internationale ngo-sector staat zonder twijfel in de top vijf.

In Kinshasa, in de taxi, op straat, aan de malewa’s (eetstandjes), overal staan radio’s op en gaan mensen het politiek debat aan. En dit in een stad waar het politiek debat in de publieke ruimte doorgaans vermeden wordt. Het politiek bewustzijn heeft een boost gekregen. Stemmen is niet louter een abstracte plicht, maar een middel voor verandering, want geweld heeft Congo genoeg gekend. Kortom, verandering is wenselijk. Vanuit de onderbuik van de samenleving komt een sterke drang naar vooruitgang. De mensen aan de basis willen kunnen voldoen aan de elementaire noden: de monden voeden, werk en recht op gezondheid.

In de provincies, van Oost naar West werd het middenveld een trekkende kracht voor de versterking van burgerschap. Het is heel moeilijk om ideologische of religieuze tendensen te omschrijven in Congo. Desalniettemin zijn er een aantal fronten waar het middenveld in actie schoot. Zo nemen heel wat christelijke, zowel Katholieke als protestantse, middenveldorganisaties initiatieven om burgerschap én de betrokkenheid in het kiesproces te vergroten. De kerken vormden tienduizenden stemwaarnemers, die op de dag van de verkiezingen in de stembureaus aanwezig zullen zijn om onregelmatigheden te kunnen rapporteren. Mensenrechtenorganisaties en sociale burgerbewegingen lieten de verkiezingen niet aan zich voorbijgaan en spraken zich uit over de nood aan verandering. Verschillende vakbonden zetten zich in om de mensen vertrouwd te maken met de stemmachines. De lokale activiteiten, die georganiseerd werden door lokale organisaties, burgerbewegingen of lokale ngo’s, werden indien mogelijk afgesloten met een technische vorming over het gebruik van de stemmmachine. De CENI bood immers lokale vormingen aan om toe te lichten hoe de stemmachine werkt.

Lokale ngo’s met een verankering in de volkswijken organiseerden kleinschalige meetings en volksvergaderingen over de stemmachine, het electoraal proces en de nood aan een doordachte stem: niet stemmen op vertrouwde gezichten, maar op programmapunten. Ook de partners Etoile du Sud en CODIC van Viva Salud deden dat de voorbije maanden in zeven provincies en in de drie grootsteden, Kinshasa, Goma en Lubumbashi.

In Kinshasa organiseerden ze bijeenkomsten met de Jongeren- en vrouwendynamieken om het te hebben over de verkiezingen en over de relevantie van stemmen. Onze partners werden in Kinshasa geconfronteerd met defaitisme. Hier sloop immers snel het geloof binnen dat de verkiezingen opgezet spel zouden zijn. De églises de réveil, de onrustige oppositie en het discours van de Katholieke kerk gaven weinig vertrouwen in een mogelijk kiesproces. Met als gevolg dat de mensen eerder niet wilden stemmen dan wel. Hoe meer mensen bespraken wat de problemen in hun wijk, hun straat waren, hoe meer het besef kwam dat verkiezingen weleens als middel konden dienen om hun stem beter gehoor te geven, wat de uitslag ook moge zijn. Jongeren werden in een eerste fase geconfronteerd met kritisch denken. Hoe konden zij als jongeren de opkomende kandidaten in hun gemeenten, volkswijk het vuur aan de schenen leggen? De jongeren werden algauw zelf vertegenwoordigers van een democratisering aan de basis. Met hun kritische blik trokken ze hun volkswijken in om deur-aan-deur mensen te versterken in burgerschap. Ook het begrijpen van hoe de stemmachine werkt werd meegenomen in dit verhaal. De populariteit van de uitspraak “consulteer de basis” kwam niet uit de lucht vallen toen de oppositie in het buitenland verdeeld geraakte en een akkoord ondertekende, dat nadien niet gerespecteerd werd, zonder hun basis te consulteren. Mensen spraken openlijk over een tekort aan leiderschap en aan betrokkenheid van de bevolking in het politiek debat.

In Goma werd de strijd tegen ebola van onderuit met betrokkenheid van de inwoners van de volkswijken geïntegreerd in de bredere rechtenstrijd voor het recht op gezondheid. Er werden geen grootschalige enquêtes opgehaald met betrekking tot de verkiezingen, maar wel steekproefgewijs heel wat interviews afgenomen door de electorale volkscomités van onze partner Etoile du Sud. In de verkiezingscontext bracht dit mensen snel tot het besef dat ze hun rechten moesten opeisen. Eerst de mensen organiseren rond de wijkprioriteiten en nadien de wijkchef betrekken in het verhaal om effectief ook politieke programma’s op te eisen, die een antwoord bieden op de problemen van de mensen. In Noord- en Zuid-Kivu werden vanuit de antenne Goma tevens heel wat experimenteer-sessies met de stemmachine georganiseerd door de partners Etoile du Sud en CODIC. Mensen stelden al doende vast dat de stemmachine een printer is en dat het vervalsingsgevaar even groot is als met handgeschreven stembiljetten in 2006 en 2011. EDS deed dit in de volkswijken met vertegenwoordigers van de electorale volkscomités en CODIC organiseerde grootschalige vormingen met de CENI voor de lokale middenveldorganisaties. EDS mobiliseerde in dezelfde periode ook tegen de geruchten over ebola. Ebola zou afkomstig zijn van de overheid en dus moesten de mensen de ripost-campagne tegen ebola wantrouwen. Samen met de sensibilisering voor de vaccinaties tegen ebola werden ook de verkiezingen opgeworpen als middel voor verandering. Voor de ripost campagne werkten de volksgezondheidscomités en electorale volkscomités van onze partner EDS samen.

In Lubumbashi zijn vooral de genderdorpen van onze partner Etoile du Sud een trekkende kracht in burgerschap. Met de genderdorpen passen ze een gendertoets toe om gemeenschapsparticipatie gendergelijk te maken en de emancipatie van vrouwen te versterken. Het is dan ook niet te verbazen dat heel wat vrouwelijke kandidaten zelf uit de genderdorpen voortkwamen. In Lubumbashi werden omwille van het succes van de genderdorpen geen electorale volkscomités opgericht, maar omwille van de verdeeldheid over Moïse Katumbi drongen de militanten voor het recht op gezondheid ook op politiek debat aan in de genderdorpen. Zo geschiedde. Verschillende genderdorpen bespraken de lokale problemen en hoe kandidaten hier een project rond konden uitbouwen in samenspraak met de bevolking.

Kortom, de krachttoer van lokale én verankerde middenveldorganisaties die de problemen van de mensen bespreekbaar wilden maken en op de agenda wilden plaatsen is een eerste stap richting de versterking en toe-eigening van burgerschap van onderuit.

69 keer gelezen